Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw

Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw -stellingen-

  1. Religies, ideologieën en ethniciteit zijn voor machthebbers/zoekers middelen bij uitstek om het volk te mobiliseren en voor het karretje van hun eigen economische en machtsdoelstellingen te spannen. Sommige van de religieuze, ideologische en ethnische conflicten zijn georganiseerd door een machthebber/zoeker die groeperingen, die voorheen altijd vreedzaam met elkaar leefden, tegen elkaar heeft opgezet voor eigen doeleinden. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  2. Naast veroordeling en bestrijding van terrorisme dient ook aandacht te worden besteed aan de terrorisme-genererende rol van degene die zich terrorisme-bestrijder noemt. Sommige landen voeren militaire acties uit op het grondgebied van een ander land met allerlei nobele officiële doelen, maar in feite om de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. De vraag is of het verzet daartegen terrorisme genoemd moet worden en voor zover dat wel geschiedt of er geen sprake is van een zekere hypocrisie. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  3. Humanitaire interventie en responsibility to protect zijn op zich nobele doelstellingen. De vaststelling van de criteria waaronder dergelijke maatregelen gerechtvaardigd zijn, is een complexe zaak. In sommige gevallen wordt er gesproken van humanitaire interventie of van responsibility to protect, terwijl deze termen slechts als dekmantel fungeren om op andermans grondgebied de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  4. Bij het te hulp schieten van een bevolkingsgroep in nood spelen behalve de nobele doelen soms ook andere factoren een rol, zoals de prioriteitsstelling van de Verenigde Staten, eigen economische en strategische belangen, de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. De prioriteitsstelling van de geboden hulp aan een bepaalde bevolkingsgroep heeft vaak minder te maken met de daadwerkelijke noden van de betreffende bevolkingsgroep als wel met de belangen en prioriteiten van de hulpverlenende landen. Zo gebeurt het vaak, dat andere bevolkingsgroepen met vergelijkbare of zelfs ernstiger noden, van hulp verstoken blijven, omdat deze bevolkingsgroepen voor de hulpverlenende landen niet van economisch of strategisch belang zijn. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  5. In het kader van lange termijn beleid voor de 21e eeuw zal een verschuiving teweeg gebracht dienen te worden van korte termijn beleid gericht op het eigen economisch en strategisch belang naar het nemen van verantwoordelijkheid als wereldburgers met als uitgangspunt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Een bruikbaar motto kan aan Floor Wibaut worden ontleend: “Er is maar één land, de aarde; er is maar één volk, de mens; er is maar één geloof, de liefde”.
  6. Voor de 21e eeuw bezint ook het Nederlandse leger zich op de te vervullen rol; er zou een evolutie in gang gezet kunnen worden van verdediging van het eigen landsbelang, via verdediging van het belang van de NAVO-bondgenoten, via de verdediging van het belang van de Europese landen, naar het uitsluitend leveren van personele en materiële bijdragen aan een toekomstige wereldpolitiemacht onder auspiciën van de Verenigde Naties.
  7. Ieder bedrijfstak heeft te maken met de markt: vraag en aanbod. Als de vraag afneemt, doet een bedrijf er alles aan de vraag te stimuleren, door reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product. De wapenindustrie is, economisch gezien, voor veel landen een factor van groot belang (Nederland hoort tot de top 10 van wapenexporterende landen). Als er op grote schaal door regeringen wordt bezuinigd op defensie-uitgaven, neemt de vraag af en probeert de wapenindustrie met reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product, de vraag te stimuleren. Als het overal vrede zou zijn, zou de wapenindustrie instorten en zouden diverse landen daardoor grote economische problemen krijgen. Daarom wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de vraag te stimuleren, misschien, als er vrede dreigt, zelfs door het creëren van een oorlog als daarmee de economisch zo belangrijke bedrijfstak gehandhaafd kan worden. Alle ethische afspraken ten spijt zullen er wapens geleverd blijven worden aan vriend en vijand in een oorlogsconflict, rechtstreeks of via een bevriend ander land. Machthebbers/zoekers worden op hun wenken bediend. Handel is handel. De fabrikant acht zich niet verantwoordelijk voor het gebruik van zijn producten. Zolang de wapenindustrie winst moet maken, zal er altijd oorlog blijven.
  8. Scholing voor alle kinderen in de wereld is voorwaarde scheppend voor vrede en veiligheid. Daarbij dient het onderwijs zich niet te beperken tot het aanleren van taal- en rekenvaardigheden, maar dient het onderwijs zich tevens te richten op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden die nodig zijn voor goed burgerschap. Kinderen leren omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met dreigen en geweld, kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen en zo nodig te nemen, kinderen leren wat de meerwaarde is van samenwerken, zijn essentiële vaardigheden voor de opbouw van een vreedzame samenleving. Staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker reageerde op 16-12-2013 in de Tweede Kamer op het rapport van de Onderwijsraad “Verder met burgerschap in het onderwijs” en concludeerde: “Burgerschap behoort tot de kerntaken van het onderwijs”. Een bruikbaar motto kan aan Micha de Winter worden ontleend: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding”.

John Zant

Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw, reacties van Harry van Bommel (*) -stellingen-

1. Religies, ideologieën en etniciteit zijn voor machthebbers/zoekers middelen bij uitstek om het volk te mobiliseren en voor het karretje van hun eigen economische en machtsdoelstellingen te spannen. Sommige van de religieuze, ideologische en etnische conflicten zijn georganiseerd door een machthebber/zoeker die groeperingen, die voorheen altijd vreedzaam met elkaar leefden, tegen elkaar heeft opgezet voor eigen doeleinden. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Ik ben het met u eens dat onder meer aspecten van religies, ideologieën en etniciteit door leiders misbruikt kunnen worden om bevolkingen tegen elkaar op te zetten. Dat is zeer kwalijk en verdient inderdaad aandacht in analyses die worden gemaakt. Sociaal-economische aspecten worden geregeld onderbelicht in analyses.

2. Naast veroordeling en bestrijding van terrorisme dient ook aandacht te worden besteed aan de terrorisme-genererende rol van degene die zich terrorisme-bestrijder noemt. Sommige landen voeren militaire acties uit op het grondgebied van een ander land met allerlei nobele officiële doelen, maar in feite om de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. De vraag is of het verzet daartegen terrorisme genoemd moet worden en voor zover dat wel geschiedt of er geen sprake is van een zekere hypocrisie. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Opnieuw ben ik het met u eens dat er te weinig aandacht is voor het gegeven dat terreurbestrijding bij kan dragen aan het creëren van potentiële nieuwe terroristen. De Amerikaanse drone-oorlog in bijvoorbeeld Pakistan en Jemen is hier een goed voorbeeld van. Voor elke vermeende terrorist die met de aanvallen vanuit deze onbemande vliegtuigen wordt gedood, staan er twee mensen op die zinnen op wraak.

3. Humanitaire interventie en responsibility to protect zijn op zich nobele doelstellingen. De vaststelling van de criteria waaronder dergelijke maatregelen gerechtvaardigd zijn, is een complexe zaak. In sommige gevallen wordt er gesproken van humanitaire interventie of van responsibility to protect, terwijl deze termen slechts als dekmantel fungeren om op andermans grondgebied de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Het wordt eentonig, maar ik ben het opnieuw met u eens. Dit is ook de reden dat er buiten de westerse wereld zo’n wantrouwen heerst tegen deze begrippen. Ik ben ook van mening dat de verantwoordelijkheid te beschermen tijdens de NAVO-missie in Libië is misbruikt om het regime af te zetten. De Libië-oorlog verklaart deels de grote weerstand die nu bestaat tegen deze, op zichzelf zeer nobele begrippen. Op 9 april heb ik een gesprek met de hoogste verantwoordelijke bij de VN voor het concept R2P. Daar zal ik dit aan de orde stellen.

4. Bij het te hulp schieten van een bevolkingsgroep in nood spelen behalve de nobele doelen soms ook andere factoren een rol, zoals de prioriteitsstelling van de Verenigde Staten, eigen economische en strategische belangen, de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. De prioriteitsstelling van de geboden hulp aan een bepaalde bevolkingsgroep heeft vaak minder te maken met de daadwerkelijke noden van de betreffende bevolkingsgroep als wel met de belangen en prioriteiten van de hulpverlenende landen. Zo gebeurt het vaak, dat andere bevolkingsgroepen met vergelijkbare of zelfs ernstiger noden, van hulp verstoken blijven, omdat deze bevolkingsgroepen voor de hulpverlenende landen niet van economisch of strategisch belang zijn. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Deze discussie speelde ook toen Nederland besloot mee te doen aan de VN-missie in Mali. In de Centraal-Afrikaanse Republiek brak toen ook een hoop onrust uit, maar er lijkt minder animo hier in te grijpen. Dat komt niet doordat de gruwelijkheden in dat land minder ernstig zijn.

5. In het kader van lange termijn beleid voor de 21e eeuw zal een verschuiving teweeg gebracht dienen te worden van korte termijn beleid gericht op het eigen economisch en strategisch belang naar het nemen van verantwoordelijkheid als wereldburgers met als uitgangspunt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Een bruikbaar motto kan aan Floor Wibaut worden ontleend: “Er is maar één land, de aarde; er is maar één volk, de mens; er is maar één geloof, de liefde”. *Ik hoop zeer dat het staten in de 21e eeuw beter zal lukken om in het buitenlands beleid te opereren op basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN. De SP zal hier in ieder geval op aan blijven dringen.

6. Voor de 21e eeuw bezint ook het Nederlandse leger zich op de te vervullen rol; er zou een evolutie in gang gezet kunnen worden van verdediging van het eigen landsbelang, via verdediging van het belang van de NAVO-bondgenoten, via de verdediging van het belang van de Europese landen, naar het uitsluitend leveren van personele en materiële bijdragen aan een toekomstige wereldpolitiemacht onder auspiciën van de Verenigde Naties. *De SP is tegen buitenlandse missies als een volkenrechtelijk mandaat van de VN hiervoor ontbreekt. Daarnaast moet opgepast worden dat de nationale soevereiniteit niet wordt ondermijnd door militair optreden in EU-verband. Vanwege zorgen hierover staat de SP op de rem aangaande militaire samenwerking op EU-niveau.

7. Ieder bedrijfstak heeft te maken met de markt: vraag en aanbod. Als de vraag afneemt, doet een bedrijf er alles aan de vraag te stimuleren, door reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product. De wapenindustrie is, economisch gezien, voor veel landen een factor van groot belang (Nederland hoort tot de top 10 van wapenexporterende landen). Als er op grote schaal door regeringen wordt bezuinigd op defensie-uitgaven, neemt de vraag af en probeert de wapenindustrie met reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product, de vraag te stimuleren. Als het overal vrede zou zijn, zou de wapenindustrie instorten en zouden diverse landen daardoor grote economische problemen krijgen. Daarom wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de vraag te stimuleren, misschien, als er vrede dreigt, zelfs door het creëren van een oorlog als daarmee de economisch zo belangrijke bedrijfstak gehandhaafd kan worden. Alle ethische afspraken ten spijt zullen er wapens geleverd blijven worden aan vriend en vijand in een oorlogsconflict, rechtstreeks of via een bevriend ander land. Machthebbers/zoekers worden op hun wenken bediend. Handel is handel. De fabrikant acht zich niet verantwoordelijk voor het gebruik van zijn producten. Zolang de wapenindustrie winst moet maken, zal er altijd oorlog blijven. *Het is triest, maar de wapenindustrie is er vooral bij gebaat dat geleverde wapens ook daadwerkelijk worden gebruikt. Het is pervers, maar wij kunnen hier de ogen niet voor sluiten. Daarom is het van groot belang dat exportcriteria voor wapenleveranties nauwgezet worden gevolgd. Dat gebeurt te vaak niet. Ook moet illegale wapenhandel worden tegengegaan.

8. Scholing voor alle kinderen in de wereld is voorwaarde scheppend voor vrede en veiligheid. Daarbij dient het onderwijs zich niet te beperken tot het aanleren van taal- en rekenvaardigheden, maar dient het onderwijs zich tevens te richten op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden die nodig zijn voor goed burgerschap. Kinderen leren omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met dreigen en geweld, kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen en zo nodig te nemen, kinderen leren wat de meerwaarde is van samenwerken, zijn essentiële vaardigheden voor de opbouw van een vreedzame samenleving.

Staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker reageerde op 16-12-2013 in de Tweede Kamer op het rapport van de Onderwijsraad “Verder met burgerschap in het onderwijs” en concludeerde: “Burgerschap behoort tot de kerntaken van het onderwijs”. Een bruikbaar motto kan aan Micha de Winter worden ontleend: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding”. *Het belang van onderwijs en opvoeding in het voorkomen van (gewapende) conflicten is inderdaad groot. Er is een duidelijke link tussen vrede en veiligheid en goed onderwijs.

*Reacties van Harry van Bommel, buitenlandspecialist en lid Tweede Kamer voor de SP

Het Westen heeft van het Midden-Oosten een slagveld gemaakt (zie stelling 2)

Opinie Repressie is de gemakkelijkste uitweg, want dan hoeven we het probleem niet bij onszelf te zoeken. Tineke Bennema is historica, gespecialiseerd in het Midden-Oosten 28 oktober 2014. De paniek is toegeslagen in ons land over het beklijvende succes van IS. Vertwijfeld zijn we over de aanpak van de Nederlandse jihadisten. Wel of geen paspoort afpakken, softe of harde benadering, wel of niet de psyche van de jihadist proberen te doorgronden? We kunnen maar geen greep krijgen op dit succesvolle fonkelnieuwe fenomeen. Maar angst en twijfel zullen eerder leiden tot meer aantrekkingskracht van het zogenaamde kalifaat dan de verdelging ervan. Dat komt doordat we de oorzaken verkeerd analyseren. Onze analyse van het conflict raakt niet de kern, omdat dat deels in het Westen zelf ligt. De bron van dit islamitische fascisme is een dodelijke combinatie van gevoelens van misplaatste religieuze superioriteit gebaseerd op het verleden en een politieke minderwaardigheid ten opzichte van het Westen. De zogenaamde IS is de etter op de wond die het Westen het Midden-Oosten heeft toegebracht. We steunden Saddam Hussein vanwege de olie, we bombardeerden hem tot drie keer toe toen hij onze economische belangen op het spel zette Ondanks de direct na 11 september 2001 met veel bombarie gedane beloften dat het Westen geen kruistocht tegen moslims zou houden en dat de welvaart eerlijk verdeeld moest worden, is het Westen gewoon doorgegaan met zijn traditionele buitenlandse politiek in het Midden-Oosten die ten koste gaat van de bevolking. Sinds de Eerste Wereldoorlog en het Sykes-Picotverdrag, waarin westerse strategische en oliebelangen centraal staan, hebben we er verdeel- en heers toegepast. We deelden het Ottomaanse Rijk op in stukjes, waar koningen op door Engeland en Frankijk gecreëerde tronen werden geplaatst. We maakten monsters van hun dictatoriale opvolgers, terwijl we wisten dat ze zich schuldig maakten aan mensenrechtenschendingen. We steunden Saddam Hussein vanwege de olie, we bombardeerden hem tot drie keer toe toen hij onze economische belangen op het spel zette. Daarna steunden we zijn opvolger al-Maliki van wie we wisten dat hij de sjiieten bevoordeelde boven de soennieten. En nu hebben we handlangers gevonden in de Koerden die de aanhangers van onze oorspronkelijke vriend Saddam weer een kop kleiner moeten maken (de berichten over mensenrechtenschendingen zijn er al). Evenmin legden we de Assads een strobreed in de weg. Maar toen de Syrische rebellen ons om hulp smeekten, gaven we niet thuis. En bij al dat bloedvergieten vroegen we ons vertwijfeld af waarom Syriërs en Iraki’s elkaar te lijf gingen. Het Westen heeft van het Midden-Oosten een slagveld gemaakt waar de wet van de jungle regeert, gehandhaafd met onze wapens. Er is ondanks onze ontkenning discriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven, er zijn zwarte en witte scholen In een recenter verleden heeft Nederland een binnenlandse politiek gevoerd die gericht is geweest op repressie van moslims, van voortdurende beperking van hun godsdienst-uiting. Moslims moeten aanvallen pareren op het dragen van hoofddoeken of burka’s, op gebruiken als ritueel slachten en besnijdenis, op moskeeën en de bouw ervan. Ons land heeft bar weinig gedaan om moslims (eerste en volgende generaties) te beschermen en hen te laten voelen dat zij een nieuw, gewenst deel uitmaken van de samenleving. Er is ondanks onze ontkenning discriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven, er zijn zwarte en witte scholen. En alsof dat niet genoeg is, wordt nu geëist dat moslims zich distantiëren van IS en zij worden dus mede verantwoordelijk gehouden. Het is een gemakkelijke manier van veel prominenten en politici om zelf geen enkele verantwoordelijkheid te nemen voor de populariteit van IS bij jongeren. Het zijn namelijk ook ónze jongeren, want hier opgegroeid. Het past in de westerse teneur om van deze hele groep, van deze religie een moloch te maken en deze op een vernederende manier uit te sluiten. Politici bereiken veel meer als ze laten weten dat de islam een onlosmakelijk deel van onze samenleving uitmaakt Wat moeten we na deze introspectie concreet veranderen? De maatregelen van Opstelten en het kabinet zijn repressief. Repressie is de gemakkelijkste weg, doordat we het probleem niet bij onszelf hoeven zoeken. Maar trek je het paspoort in van een mogelijke jihadist, dan zullen zijn tien vrienden hierover woedend zijn en maak je IS nog groter. Politici bereiken veel meer als ze laten weten dat de islam een onlosmakelijk deel van onze samenleving uitmaakt. Dat moslims hier een toekomst hebben. De uitspraken van Rutte over Ahmed met zijn onderneming, zijn paternalistisch, maar hebben wel die toon van omarming in zich die hard nodig is. De rotte appels in de moslimwereld zullen door moslims zelf worden uitgestoten, als dezen het gevoel hebben eindelijk als gelijken te worden behandeld. Verder zou onze buitenlandse politiek de aantrekkingskracht van jihadisme sterk verminderen als we eens luisteren naar wat de Arabische volkeren zelf willen. Alleen repressie en bombardementen zijn symboolpolitiek, zij maken de door het Westen aangebrachte wond alleen groter.

Wat nu in Syrie?

Wat nu in Syrie?

  1. Irak en Afghanistan zijn na interventie van buitenaf in een bloedige burgeroorlog terecht gekomen zonder dat de oorspronkelijke doelen van die interventies zijn bereikt (het van het toneel verdwijnen van Saddam, die overigens tot kort voor de interventie werd bewapend door westerse landen, was een morele opsteker voor de VS, maar heeft voor de Irakezen geen positieve verandering teweeg gebracht).
  2. Wapens importeren leidt ertoe dat nog meer mensen ongecontroleerd wapens kunnen gebruiken, tot nog meer doden; bovendien is het moeilijk uit te maken wie dan wel met extra wapens gesteund zou moeten worden; dus de EU heeft terecht een wapenembargo afgekondigd.
  3. Nu er gifgasdoden vallen is iedereen moreel verontwaardigd; het feit dat al duizenden burgers door bommen, kogels, marteling etc. om het leven zijn gekomen is kennelijk minder erg: dat vind ik hypocrisie.
  4. Mensen i.h.a. vinden het bijna onverdraaglijk als er een probleem is waar vooralsnog geen oplossing voor is; men voelt zich ongemakkelijk en zelfs schuldig; men kiest dan liever voor een schijnoplossing, interventie, om in godsnaam toch maar iets te doen; maar nogmaals het middel is erger dan de kwaal! De gifgasaanval is de lang verbeide casus belli, dit keer “rode lijn” genoemd, een drogreden om militair in te grijpen.
  5. We hebben afgesproken dat militair ingrijpen alleen door de VN mag worden besloten; als de VN geen besluit neemt, kun je daar gefrustreerd op reageren en buiten de VN om toch een militaire operatie op touw zetten: je diskwalificeert daarmee ons kostbaarste wereldgoed, de VN. Democratie werkt zo, dat je de afgesproken procedures volgt, ook al is de uitkomst je niet welgevallig. Het wordt overigens wel tijd dat de samenstelling van de Veiligheidsraad en de wijze van stemmen worden hervormd, zodat de samenstelling evenwichtiger is en er niet 1 land kan zijn dat de besluitvorming blokkeert. Als je kritiek hebt op de VN, zorg dan dat de nodige hervormingen binnen de VN worden gerealiseerd, maar passeer de VN niet, want je haalt de democratische besluitvorming geheel onderuit. (Een democratisch gekozen president Morsi, mag niet door het leger worden afgezet, al is hij nog zo’n slechte president; bij de volgende verkiezingen kan het volk bepalen wat ze verder met Morsi willen; je kunt de democratische spelregels die je hebt afgesproken niet opzij zetten als de resultaten je op een bepaald niet bevallen; je protesteert, een democratisch recht, je overlegt, en je brengt je stem uit bij de volgende verkiezingen). Overigens heeft Rusland gelijk: militair ingrijpen werkt contraproductief.
  6. Wat moeten we dan???? Voor de burgeroorlog op zich kan op dit moment geen zinnige oplossing worden geleverd. We moeten helaas met lede ogen toezien hoe strijdende partijen binnen Syrië elkaar vermoorden. De wapensteun van andere landen, zoals Saoedi Arabië, moet met alle kracht worden gestopt. De enige oplossing kan aan de onderhandelingstafel worden gevonden. Vooralsnog kunnen alle militaire gelden het best worden besteed aan menswaardige opvang van de vele vluchtelingen.
  7. De VS, Rusland, China en Saoedi Arabië hebben de politieke en economisch macht om het regime van Assad te dwingen gewapend optreden te stoppen en aan de onderhandelingstafel plaats te nemen.

Vergeten bevolkingsgroepen in nood

“Vergeten” bevolkingsgroepen in nood Inleiding Groen Links, en dus ook de werkgroep Vrede en Veiligheid, heeft de afgelopen tijd veel tijd en aandacht besteed aan Kunduz en doet dat nog steeds. Daar is ook alle reden toe. Er zijn echter naast Afghanistan (Kunduz) nog vele andere brandhaarden in de wereld. In een kleine partij is het zaak de beperkte menskracht en middelen rationeel en rechtvaardig in te zetten. Het project “Vergeten bevolkingsgroepen in nood” komt voort uit de ongerustheid dat met alle inzet van menskracht en middelen voor probleemgebied Kunduz, er relatief weinig inzet en aandacht over blijft voor andere probleemgebieden. Er lijkt sprake van selectieve aandacht voor Kunduz. Dat kan gerechtvaardigd zijn als daar de nood verreweg het hoogst is, maar het is de vraag of dat het doorslaggevende argument voor de keuze is (geweest); mogelijk spelen andere factoren ook een rol; te denken valt aan de prioriteitstelling van de VS, aan politiek-strategische belangen, aan economische belangen, aan de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. Groen Links/de werkgroep Vrede en Veiligheid wil zich sterk maken voor:

  1. De bescherming van kwetsbare burgers
  2. Het vergroten van het respect voor de mensenrechten
  3. Het scheppen en handhaven van vrede en veiligheid

Aannemend dat Groen Links denkt in termen van wereldburgers, van gelijkwaardigheid van elk der wereldburgers en van hulpverlening op basis van objectieve nood in plaats van op basis van bevriendheid, economisch en/of politiek voordeel, toevallig binnen de media-aandacht vallen, etcetera, zou Groen Links een strategie moeten bedenken hoe de schaarse tijd, menskracht en middelen het beste kunnen worden ingezet om de wereldburgers die het meest te lijden hebben onder geweld en repressie ook de meeste hulp en aandacht te bieden. Doelstellingen De doelstellingen van dit project zijn:

  1. Overzicht: Het voorzien in een overzicht van alle landen/volkeren/bevolkingsgroepen die te lijden hebben van geweld, repressie en schending van mensenrechten.
  2. Prioriteitstelling: Het formuleren van criteria op grond waarvan te bepalen is welke bevolkingsgroepen er wat dat betreft het slechtst aan toe zijn en het meest aanspraak zouden maken op hulp en aandacht.
  3. Beleidsadvies: Het formuleren van doelgericht en rechtvaardig beleid voor Vrede en Veiligheid van Groen Links op grond van geformuleerde prioriteiten.

Aanpak Ondergetekenden inventariseren welke nuttige informatiebronnen reeds beschikbaar zijn. In eerste instantie wordt gekeken naar de volgende informatiebronnen:

  1. Human Rights Watch (www.hrw.org)
  2. Amnesty International (www.amnesty.org)
  3. International Committee of the Red Cross (www.icrc.org)
  4. UN Refugee Agency UNHCR (www.unhcr.org)
  5. Human Development Index (www.hdr.undp.org)
  6. Failed States Index (www.global.fundforpeace.org)

Bevindingen 1. Human Rights Watch Human Rights Watch is dedicated to protecting the human rights of people around the world. We stand with victims and activists to prevent discrimination, to uphold political freedom, to protect people from inhumane conduct in wartime, and to bring offenders to justice. We investigate and expose human rights violations and hold abusers accountable. We challenge governments and those who hold power to end abusive practices and respect international human rights law. We enlist the public and the international community to support the cause of human rights for all. HRW publiceert zeer frequent over onderdrukte bevolkingsgroepen en is daarmee zeer actueel. Deze actuele informatie kan gebruikt worden voor sturing en actualisering van het beleid. 2. Amnesty International Amnesty International is a global movement of more than 3 million supporters, members and activists in over 150 countries and territories who campaign to end grave abuses of human rights. Our vision is for every person to enjoy all the rights enshrined in the Universal Declaration of Human Rights and other international human rights standards. We are independent of any government, political ideology, economic interest or religion, and are funded mainly by our membership and public donations. After more than 50 years of groundbreaking achievements, Amnesty International is now embarking on a major process of evolution, to adapt to the dramatic changes in the world we operate in, and to increase the impact of our human rights work. We are introducing a new, global way of working – with a distributed centre and Regional Hubs of research, campaigns and communications – because we owe it to the people we work for to be the most effective force for freedom and justice that we can, globally. As we develop this process – in line with the long-held desire of our international membership – we will post regular blogs, articles, stories and personal accounts to explain what is happening, and why it is important to those on the human rights front line. Amnesty publiceert zeer frequent;ook deze actuele informatie kan gebruikt worden voor sturing en actualisering van het beleid. 3. International Committee of the Red Cross The International Committee of the Red Cross (ICRC) is an impartial, neutral and independent organization whose exclusively humanitarian mission is to protect the lives and dignity of victims of armed conflict and other situations of violence and to provide them with assistance. The ICRC also endeavours to prevent suffering by promoting and strengthening humanitarian law and universal humanitarian principles. Established in 1863, the ICRC is at the origin of the Geneva Conventions and the International Red Cross and Red Crescent Movement. It directs and coordinates the international activities conducted by the Movement in armed conflicts and other situations of violence. Het ICRC geeft elk kwartaal het International Review of the Red Cross uit met informatie over actuele activiteiten en projecten. Er is een overzicht van landen waarin het ICRC actief is. 4. UN Refugee Agency UNHCR UNHCR levert een Statistical Online Population Database voor de “population of concern to the UNHCR”: vluchtelingen, asielzoekers, teruggekeerde vluchtelingen, internally displaced persons (IDP’s), teruggekeerde IDP’s, statenlozen, en andere zorggroepen voor de UNHCR, in meer dan 150 landen. 5. Human Development index Het Human Development Report Office brengt al 24 jaar een jaarlijks rapport uit over de gezondheidstoestand (levensverwachting bij geboorte), het opleidingsniveau (aantal jaren scholing) en de levensstandaard (bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking) van elk land. Op grond hiervan wordt de “Human Development Index” berekend. Voor 2012 worden 47 landen aangemerkt als “very high”, 47 landen als “high”, 47 landen als “medium” en 45 landen als “low”. 6. Failed States index Voor het jaar 2012 hebben “Foreign Policy” en “Fund for Peace” voor de 8e keer een overzicht gepubliceerd van “indicators of state vulnerability” voor 178 landen. Er worden 12 indicatoren gebruikt: Social -mounting demographic pressures -massive displacement of refugees creating severe humanitarian emergencies -widespread vengeance-seeking group grievance -chronic and sustained human flight Economic -uneven economic development along group lines -severe economic decline Political -criminalization and/or delegitimization of the state -detoriation of public services -suspension or arbitrary application of law, widespread human rights abuses -security apparatus operating as a ‘state within a state’ -rise of factionalized elites -intervention of external political agents Voor elk land wordt een totaalscore berekend die bepalend is voor de rangordening van meest en minst problematische landen. Er worden 33 landen gerangschikt onder “alert”, 92 landen onder “warning”, 39 landen onder “moderate” en 12 landen als “sustainable”; voor 2 landen is geen score berekend. Het is ook mogelijk om een rangordening te genereren per indicator. Voor 2012 zijn de 10 slechtst gekwalificeerde landen: Somalië, Democratische Republiek Congo, Noord-Soedan en Zuid-Soedan, Tsjaad, Zimbabwe, Afghanistan, Haïti, Jemen, Irak en Centraal Afrikaanse Republiek. Evaluatie doelstellingen tot nu toe 1. Overzicht Hierboven zijn enkele informatiebronnen genoemd die een overzicht bieden van de bevolkingsgroepen in nood in de wereld. Aangezien de doelstellingen van genoemde organisaties humanitair, apolitiek en wereldomspannend geformuleerd zijn, zijn ze geschikt om “vergeten” bevolkingsgroepen in kaart en onder de aandacht te brengen. De genoemde bronnen dienen nog verder bestudeerd en uitgewerkt te worden. Suggesties voor nog andere informatiebronnen zijn welkom. 2. Prioriteiten De Human Development Index en de Failed State Index hanteren criteria om te schatten hoe erg de situatie in bepaalde landen is. Deze criteria zijn goed te gebruiken om te bepalen welke landen het meest de inzet van schaarse menskracht en middelen behoeven. Aangezien het een overzicht van landen betreft is niet direct zichtbaar welke bevolkingsgroepen in nood verkeren: Een land kan als geheel redelijk scoren, terwijl met name één bevolkingsgroep wordt verdrukt, die door de redelijke overall score van het land over het hoofd gezien kan worden. Met name de Human Rights Watch, het ICRC en het UNHCR geven actuele informatie over mogelijk “vergeten” bevolkingsgroepen in nood. 3. Beleidsadviezen Alvorens beleidsadviezen te formuleren is het zaak dat vanuit de werkgroep/partij wordt aangegeven of dit een zinvolle benadering is die het verdient verder uitgewerkt te worden. Het lijkt ons hoe dan ook nuttig dat een of meerdere personen genoemde bronnen (bijna) dagelijks screenen en daarover op vaste tijden rapporteren/adviseren aan de betreffende portefeuillehouder in de Tweede Kamer. Verdere planning Als de werkgroep/partij dit een zinvolle aanpak vindt, zal verdere uitwerking plaats vinden. De eindrapportage zou dan in het vierde kwartaal van 2013 het licht kunnen zien.

Ook een parlementaire enquête Afghanistan

De column van Bert Wagendorp van 11 februari 2009 in de Volkskrant ging over de argumenten die de Nederlandse regering verzint om ons iets op de mouw te spelden. Over de Irak-oorlog schrijft hij dat volgens Siepel, afdeling voorlichting, onze steun aan de VS bij voorbaat vast stond. “De vraag was alleen welke argumenten we daarbij zouden verzinnen”. In november 2008 interviewde ik namens het Humanistisch Vredes Beraad (HVB) Prof. Rob de Wijk, directeur van het Haags Centrum voor Strategische Studies en bekend commentator en columnist over internationale conflicten. Hij zei: “Er was geen sprake van massavernietigingswapens en de banden met Al Qaeda waren er niet; bovendien is het brengen van democratie onzin, dat kan niet, maar is wel een goed argument om de bevolking mee te krijgen”. En voorts: “Hoofddoel is het besluit tot interventie aanvaard te krijgen en daarom gebruik je die argumenten waardoor je denkt de bevolking mee te krijgen. Dat geldt ook voor Afghanistan”. Weliswaar is de Wijk een voorstander van de missie naar Afghanistan, omdat de Talibaan, Al Qaeda en de opleidingscentra van terroristen tegen het Westen aangepakt moeten worden, maar volgens hem zou het Nederlandse volk, na de ervaring in Irak, om die redenen nooit hebben ingestemd. “Daarom heeft de Nederlandse regering het als een humanitaire missie gepresenteerd”. (zie Nieuwsbrief 73 HVB, dec. 2008) Deze “deconfiture van de democratie”, zoals Wagendorp dat fraai uitdrukt, behoeft een parlementaire enquête.

Gesprek met Dr. Philip Everts

Inleiding

Het Humanistisch Vredes Beraad (HVB) wil gesprekken voeren met wetenschappers in Nederland over onderzoek naar de legitimiteit en de effectiviteit van de inzet van Nederlandse soldaten in internationale conflicten. Dr. Philip Everts (1938) studeerde rechten en sociologie, en promoveerde op het onderwerp “Public opinion, the churches and foreign policy”. Van 1970-2003 was hij directeur van het interfacultair Instituut voor Internationale Studiën (IIS) van de Universiteit Leiden. Hij is nu nog verbonden aan de afdeling Politieke Wetenschap. Hij is ook lid van de Raad van Toezicht van IKV Pax Christi en van de (regerings-) Adviesraad Internationale Vraagstukken. Zijn recent verschenen boek “De Nederlanders en de Wereld, publieke opinies na de Koude Oorlog” (van Gorcum, 2008) vormt de leidraad in ons gesprek.

“Gesprek met Dr. Philip Everts” verder lezen