Onderwijs in Wereldburgerschap

Onderwijs in Wereldburgerschap

de leerling als wereldburger met de leerkracht als gids

Dr. John Zant

Inleiding

De problemen waarmee de mensheid momenteel wordt geconfronteerd -klimaatrampen, milieuvervuiling, uitputting van grondstoffen, oorlogen, armoede, honger ondanks voldoende beschikbaarheid van voedsel, vluchtelingen, et cetera- kunnen alleen met wereldwijde samenwerking worden aangepakt. Tijdens de klimaattop in Caïro (2022) vatte de secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres, de huidige situatie als volgt samen: “De mensheid heeft de keuze tussen samenwerken of ten onder gaan. We zitten op de snelweg naar een klimaathel met de voet op het gaspedaal”. Het streven naar wereldburgerschap zou tegenwicht moeten bieden aan de toenemende neiging tot “eigen-volk-eerst”. Korte termijn beleid en eigenbelang domineren momenteel.

Het gaat om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Zij moeten al vroeg bewust gemaakt worden van de invloed van het wereldgebeuren op hen zelf. En ze moeten een verantwoordelijkheidsgevoel leren ontwikkelen, opdat ze kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefomstandigheden van alle mensen en aan het voorkomen van allerlei globale rampspoeden. Zoals Micha de Winter zegt: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding” (1).

Kinderen tot wereldburgers opvoeden vereist dat je ze ook kennis en vaardigheden aanleert over verhoudingen en processen die in de wereld spelen, en over hun positie in en relatie tot de wereld. Uit bovenstaande moge blijken dat wereldburgerschap geen bijzaak is, maar noodzaak.

Burgerschapsonderwijs geeft leerlingen een basis om deel uit te maken van een democratische gemeenschap. Bovendien verwerven ze vaardigheden om aan een rechtvaardige, inclusieve en duurzame toekomst te werken. Van het begrijpen van de grondbeginselen van de democratie tot het bevorderen van empathie en intercultureel begrip, wereldburgerschapsonderwijs biedt een fundament waarop leerlingen kunnen bouwen om verantwoordelijke wereldburgers te worden. Het gaat om het kennen van rechten en plichten, en om het cultiveren van kritisch denken, burgerzin en sociale verantwoordelijkheid. De school is primair de plaats waar leerlingen worden begeleid in hun groei tot zelfbewuste en verantwoordelijke wereldburgers, die, in balans met zichzelf en hun omgeving, in een steeds veranderende wereld kunnen functioneren. In die zin is de school een oefenplaats voor kinderen voor hun latere maatschappelijk functioneren als volwassenen.

Aangezien burgerschapsvaardigheden net zo essentieel zijn voor het maatschappelijk functioneren als taal- en rekenvaardigheden, is burgerschap in het onderwijs sinds 2021 wettelijk verplicht.

De wetVerduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs”(2)stelt:

“Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op

a. het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school.

b. het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.

c. het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.

Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de onder c genoemde verschillen.”

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in 2021 wettelijke kaders vastgelegd waaraan het burgerschapsonderwijs moet voldoen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs (3). Het is in elk geval nodig dat de wettelijk vastgelegde inhoud daadwerkelijk vorm krijgt in de curricula van alle scholen. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) heeft van de regering opdracht gekregen de wettelijke bepalingen uit te werken tot een leerplan (6).

Wereldburgerschap

Dezelfde waarden, competenties, respectvereisten en kennis over vrede, veiligheid, voedsel, migratie en armoede, die gelden voor Nederlands burgerschap, gelden ook voor wereldburgerschap, maar dan gericht op alle mensen en volken van de hele wereld. Met andere woorden: het is zaak kinderen en leerlingen op te voeden en op te leiden tot goede Nederlandse burgers én tot goede wereldburgers. Tot verantwoordelijke mensen die oog hebben voor de problemen die de hele wereld bedreigen en die zich bekommeren om alle mensen en niet uitsluitend om de inwoners in Nederland (4). Het is zaak hun een gevoel van wereldwijde verantwoordelijkheid bij te brengen en hun visie niet te beperken tot de belangen van eigen land en cultuur, zeker omdat de Nederlandse samenleving ook steeds meer een multiculturele samenleving is.

Wereldburgers wegen in hun gedrag de voordelen op korte termijn af tegen de nadelen van dat gedrag op de lange termijn voor zichzelf, voor andere mensen en voor het leefmilieu van onze aarde. Zij passen daar hun gedrag op aan. Deze ideale situatie kan uitsluitend bereikt worden als iedereen respect en begrip heeft voor elkaars keuzen en leefwijzen. Mensen die geleerd hebben om te gaan met verschillen, benaderen tegenstellingen en conflicten niet met afwijzing, dreiging en geweld. Ze beheersen methoden van geweldloze conflicthantering, zoals discussiëren, overtuigen, bij ongelijk toegeven, vaststellen dat een verschil niet te overbruggen is en daardoor de relatie niet laten verstoren. Ze kunnen meta-communiceren, dat wil zeggen, reflecteren op de wijze waarop men met elkaar omgaat (bijvoorbeeld: ik vind je gedrag bazig, lief, agressief, inconsequent, et cetera). Ze zijn in staat mensen niet op één kenmerk vast te pinnen (bijvoorbeeld jij bent moslim, of kleurling, of homoseksueel). Ze kunnen mensen in hun totaliteit beoordelen met hun talrijke kenmerken, eigenschappen en vaardigheden. Zo kunnen zij loskomen van het wij-versus-zij denken en handelen. Dat uit zich in actieve, mondiale verbondenheid en verantwoordelijkheid die verder reiken dan de eigen cultuurgrenzen. Wereldburgerschap omvat het uitdragen van de universele rechten van de mens, het erkennen en waarderen van interpersoonlijke verschillen en overeenkomsten, en het kennen van de eigen plek binnen de globale samenleving. Wederkerigheid is het leidend principe: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet” (Mattheüs); “Geluk behoort toe aan hen die aan het geluk van anderen denken” (Zarathustra).

Naast de wet voor burgerschapsvorming vormen de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (URVM), de Universele Verklaring voor de Rechten van het Kind (UVRK) en de Sustainable Development Goals (SDG’s) de basis voor ons leerplan voor onderwijs in wereldburgerschap.

Kernwaarden

Kernwaarden reguleren onze onderlinge omgang overal in de wereld. In een democratische rechtsstaat zijn de belangrijkste waarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid. In de wettekst over burgerschap worden alleen de eerste drie waarden expliciet genoemd, omdat ze zijn afgeleid van de waarden van de Franse revolutie—vrijheid, gelijkheid en broederschap. In die tijd — ruim tweehonderd jaar geleden — hadden de burgers geen stemrecht en waren ze nauwelijks geïnformeerd. Gehoorzamen aan de autoriteiten was het credo. Van eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid was geen sprake. Tegenwoordig hebben mensen stemrecht, zijn ze via de media goed geïnformeerd, zijn ze mondiger dan vroeger en willen ze inspraak. Daarmee zijn ze niet alleen in staat meer maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen, maar ook in toenemende mate verplicht die verantwoordelijkheid te nemen (5). In de wettekst is verantwoordelijkheid als volgt geformuleerd: “Bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.” Het is aan schoolbestuur, de directie, docenten, leerlingen en ouders de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid een plek geven in het onderwijs. De kernwaarden voor burgerschapsvorming in de Nederlandse maatschappij, gelden evenzeer voor burgerschapsvorming in de wereldmaatschappij.

Wereldburgerschapsmodel

Onderstaand Wereldburgerschapsmodel (zie figuur 1) visualiseert (wereld)burgerschapsvorming vanuit een waardensysteem, waarin de democratische rechtsstaat de kern vormt, samen met de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid. De twee kernwaarden in het midden van het wereldburgerschapsmodel – democratie en rechtvaardigheid – raken vooral de instituties van de democratische rechtsstaat. De vier waarden eromheen hebben betrekking op de rechten en plichten van de mensen, de (wereld)burgers. Rechten richten zich op individueel belang, terwijl plichten op sociaal en algemeen belang gericht zijn. De vrijheid is verbonden met verantwoordelijkheid. Met andere woorden, het recht op vrijheid is niet vrijblijvend en schept de plicht je verantwoordelijk te gedragen ten aanzien van de vrijheden van anderen. Iedereen heeft de plicht na te gaan of zijn of haar vrijheden niet ten koste gaan van die van anderen of van het milieu. De gelijkwaardigheid staat in verbinding met solidariteit. Het recht op gelijkwaardige behandeling schept de plicht solidair te zijn ten behoeve van de gelijkwaardige positie van anderen.

Democratie is dat het volk kiest en het beleid bepaalt. Rechtvaardigheid is dat alles op een eerlijke manier gebeurt in de rechtsstaat en in de samenleving. De democratische rechtsstaat is gefundeerd op de trias politica, ofwel de driemachtenleer. Deze term benoemt de scheiding der staatsmacht(en), opgedeeld in drie organen die elkaars functioneren bewaken. De gebruikelijke verdeling kent een wetgevende macht die wetten opstelt (de Tweede Kamer en de Eerste Kamer), een uitvoerende macht voor het dagelijks bestuur van de staat (de overheid) en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. Tegenwoordig is aan dit stelsel een vierde toegevoegd: de onafhankelijke journalistiek. Zij verricht de volkstoetsing van de democratische rechtsstaat en fungeert als waakhond.

Figuur 1 – Wereldburgerschapsmodel

Noodzakelijke vaardigheden voor leerlingen

Voor het in praktijk brengen van deze kernwaarden zijn allerlei vaardigheden nodig. In tabel 1 geven we een overzicht van de hiervoor noodzakelijke cognitieve, emotionele, sociale en praktische vaardigheden bij leerlingen. Leerkrachten zien sociaal-emotionele vaardigheden soms over het hoofd of ze vinden die te moeilijk. Maar het is cruciaal dat leerlingen leren gevoelens te verwoorden, opdat ze die bij zichzelf en bij anderen kunnen herkennen, en die dan ook kunnen betrekken in hun communicatie. Als je emoties wel voelt, maar ze niet kunt benoemen, is de kans groot dat verdriet wordt opgekropt, resulterend in teruggetrokken, angstig of depressief gedrag. Woede wordt dan fysiek geuit, resulterend in pesten en agressief, gewelddadig of destructief gedrag (5). Antipest-programma’s richten zich in de regel op het monitoren, voorkomen en onderbreken van pestgedrag. Als in een dergelijk programma geen aandacht wordt besteed aan het vergroten van bovengenoemde sociaal-emotionele vaardigheden, is het tot mislukken gedoemd. Het blijft dan symptoombestrijding zonder de onderliggende bron, namelijk het gebrek aan sociaal-emotionele vaardigheden, aan te pakken. Het belangrijkste doel van onderwijs in (wereld)burgerschap is dat leerlingen deze vaardigheden internaliseren.

Tabel 1 – Noodzakelijke vaardigheden voor leerlingen

Cognitieve vaardigheden

  1. Verwoorden van eigen gedachten, opvattingen, ervaringen, wensen, behoeften, belangen
  2. Kritisch en logisch denken, relativeren
  3. Probleemoplossend, praktisch denken
  4. Verbanden leggen, verschillen duiden
  5. Zelfreflectie, zelfregulering, zelfrelativering, humor, eigen fouten erkennen, overtuigingen bijstellen door nieuwe informatie, vanzelfsprekendheden bevragen
  6. Reflecteren op je eigen waarden en normen en die van anderen, en de eventuele verschillen
  7. Planning, oriëntatie op jezelf, je studie, je loopbaan
  8. Ondernemend, onderzoekend, creatief en initiërend denken
  9. ..

Emotionele vaardigheden

  1. Herkennen en benoemen van eigen emoties
  2. Verbaal en non-verbaal uiten van emoties
  3. Herkennen van en openstaan voor emoties van de ander
  4. Verbaal en non-verbaal reageren op de emoties van de ander
  5. Een band van vertrouwen, vriendschap, liefde opbouwen en onderhouden
  6. ..

Sociale vaardigheden

  1. Luisteren naar en openstaan voor de gedachten, opvattingen, gevoelens, ervaringen, wensen, behoeften en belangen van de ander
  2. Empathie, je verplaatsen in de gedachten, etc. van de ander
  3. Reflecteren en anticiperen op effecten van eigen gedrag op de ander
  4. Omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met afwijzing, dreiging en geweld (discussiëren, overtuigen, etc.)
  5. Compromissen sluiten, geven en nemen, wederkerigheid, vergeven, verzoenen, accepteren dat er verschillen zijn en desondanks de relatie voortzetten, etc.
  6. Bemiddelen bij andermans conflicten
  7. Onderkennen dat er meerdere waarheden naast elkaar bestaan, dat de afwijkende waarheid van de ander niet per se onzin is maar een andere kijk op de werkelijkheid
  8. Meta-communiceren over de wijze waarop je met elkaar omgaat (ervaar je de ander als bazig, onaardig, slachtofferig, egocentrisch, lui, of lief, inspirerend, sociaal, etc.); praten over wat je in de relatie wel en niet bevalt, hoe je het anders zou willen, qua gedrag en verbale en non-verbale uitingen
  9. Gelijkwaardigheid bevorderen en bewaken
  10. Rekening houden met minderheidsstandpunten en -belangen
  11. Samenwerken, erkennen dat samenwerken meerwaarde heeft (1+1=3)
  12. Verantwoordelijkheid nemen en dragen.
  13. ..

Praktische vaardigheden

  1. Een vraagstelling uitwerken tot een onderzoeksplan, gegevens structureren
  2. Doelen stellen, werkwijze bepalen, opties onderzoeken, keuzes maken
  3. Initiatief tot actie nemen
  4. Taken zelfstandig uitvoeren volgens plan en/of volgens afspraken
  5. Leidinggeven en coördineren
  6. ..

Noodzakelijke vaardigheden voor leerkrachtenkrachten

Tot voor kort was er binnen de pabo-opleidingen relatief weinig aandacht voor (wereld)burgerschapsvorming. De focus lag vooral op cognitieve vakken zoals taal en rekenen. Nu burgerschapsonderwijs wettelijk verplicht is, komt hierin verandering.

Een leerkracht die (wereld)burgerschap onderwijst, moet de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid niet alleen uitleggen, maar deze ook zelf uitdragen en voorleven.

De vakbekwaamheid van docenten in (wereld)burgerschap is doorslaggevend voor de succesvolle overdracht aan leerlingen. Zij fungeren als rolmodel voor hun leerlingen. Zij moeten immers de leerlingen op dit gebied onderwijzen en hun vooruitgang structureel meten. Burgerschapsvorming is net zo belangrijk als taal en rekenen voor het maatschappelijk functioneren van leerlingen. Dat geldt dan dus ook voor leerkrachten. Om (wereld)burgerschap goed te kunnen doceren moeten de kernwaarden echt geïnternaliseerd zijn bij leerkrachten en moeten zij (wereld)burgerschap inderdaad als even onmisbaar ervaren als taal en rekenen. Leerkrachten die het doceren van (wereld)burgerschap als een opgelegde verplichting ervaren, zullen weinig succesvol zijn in het overdragen van die vaardigheden op hun leerlingen. De overtuiging van “eigen-volk-eerst” is onverenigbaar met het doceren van wereldburgerschap.

Om als rolmodel voor leerlingen te kunnen fungeren, moeten de leerkrachten in ieder geval over dezelfde cognitieve, emotionele, sociale en praktische vaardigheden beschikken als die voor leerlingen noodzakelijk geacht worden (zie tabel 1). Daarnaast dienen leerkrachten over de nodige kennis over wereldburgerschap te beschikken en over de nodige didactisch-pedagogische vaardigheden.

Noodzakelijke kennis

De leerkracht dient kennis te hebben van het functioneren van de democratische rechtsstaat, van een gekozen volksvertegenwoordiging, van de scheiding der machten (wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht), van de Verenigde Naties en de veiligheidsraad, het Internationaal Gerechtshof, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), de politieke en economische verhoudingen in de wereld, en de rampspoeden die de mensheid bedreigen.

Tabel 2 – Noodzakelijke didactisch-pedagogische vaardigheden

1. in staat zijn erkenning te geven aan anderen voor wat betreft hun opvattingen, gevoelens en wensen

2. in staat zijn tegenstellingen in opvattingen, gevoelens en wensen te hanteren zonder a priori uit te gaan van het eigen gelijk of de eigen beleving als norm te stellen

3. in staat zijn compromissen te sluiten bij tegenstellingen en conflicten

4. in staat zijn in redelijkheid en rechtvaardigheid beslissingen te nemen bij tegenstellingen en conflicten zowel in eigen relaties als in relaties tussen anderen

5. in staat zijn respect te verwerven door voorbeeldgedrag in plaats van respect te eisen op grond van status, door zelf duidelijk te zijn, door goed te luisteren, door empathie, door duidelijk grenzen aan te geven, door redelijke en rechtvaardige beslissingen te nemen en door bereid te zijn tot redelijke en rechtvaardige compromissen

6. in staat zijn leerlingen te laten voelen en ervaren hoe prettig samenwerken is en wat dat aan extra’s kan opleveren

7. in staat zijn kinderen verantwoordelijkheden te leren dragen en nemen

8. leerlingen kunnen motiveren door eigen enthousiasme, door duidelijkheid en beknoptheid, door aan te sluiten bij de interesse en actuele gemoedstoestand van de leerlingen, door het geven van erkenning en verbale beloning, door het geven van positieve feedback, door gericht en proportioneel straffen als het niet anders kan (grenzen stellen)

9. in staat zijn beginnende agressie onmiddellijk te onderbreken en daaraan gekoppeld een positief alternatief te introduceren

10. in staat zijn tot meta-communicatie, kritisch kunnen kijken naar het eigen handelen en dat van anderen en naar de wijze waarop relationele uitwisseling plaats vindt

11. weten hoe complementaire, symmetrische en up-via-down relaties werken en in staat zijn elke relatievorm adequaat te hanteren waarbij men zich bewust is van de eigen voorkeur in relatievorm met bijbehorende voor- en nadelen

12. in staat zijn eigen tekorten te onderkennen en daar actief ondersteuning in te zoeken

13. …

“Wat we willen dat leerlingen worden, moeten wij eerst zelf zijn.”

Wereldburgers bekommeren zich niet alleen om het eigen belang, de eigen problemen en de eigen leefomgeving. Zij doen dat alles ook voor alle mensen in de hele wereld en het leefmilieu, en passen hun gedrag daarop aan. Onderwijs in wereldburgerschap vereist een doorlopende leerlijn en een integrale aanpak voor alle leerjaren en in alle onderwijsactiviteiten.

Referenties

  1. Winter M de: Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding, vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. Amsterdam, Uitgeverij SWP, 2011
  2. Eerste Kamer (2021). Wetwijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs.
  3. OCW (2021). Wettelijke opdracht burgerschap. Inspectie van het onderwijs Utrecht.
  4. Zant, J.L. (2023). Eigen belang en Algemeen belang. Tijdschrift ‘Eén Wereld’ ,48(1), 6-7.
  5. Zant, J.L. (2019). Burgerschapsvorming in het Onderwijs. Als bijlage Burgerschap van Curriculum.nu.
  6. SLO (2025): Kerndoelen burgerschap.

Andere organisaties en (wereld)burgerschapsonderwijs

www.onderwijsinspectie.nl

www.slo.nl

www.unesco.nl

www.lerenvoormorgen.nl

www.cedgroep.nl

www.17werelddoelenles.nl

www.wereldburerschap.nl

www.cosmicus.nl

www.fawakawereldburgerschap.nl

www.nuffic.nl

www.eco-schools.nl

www.global-exploration.nl

www.teachersforclimate.nl

www.laks.nl

www.wereldburgerschap.community

Stellingen

1. Door onderwijs in wereldburgerschap leer je na te denken over je eigen rol in de wereld en de effecten van je gedrag op anderen, de natuur en het leefmilieu. Nu en in de toekomst.

2. Toekomstige wereldburgers leren hoe ze kunnen samenwerken voor een vreedzame, democratische, inclusieve en duurzame wereld.

3. Wereldburgers bekommeren zich niet alleen om het eigen belang, de eigen problemen en de eigen leefomgeving, maar zij bekommeren zich ook om de belangen, problemen en leefomgeving van alle mensen op de wereld.

4. Onderwijs in wereldburgerschap integreert de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid.

5. Voor een succesvolle overdracht aan leerlingen is het noodzakelijk dat leerkrachten (wereld)burgerschap niet als extra belastende taak beschouwen, maar (wereld)burgerschap daadwerkelijk internaliseren.

6. Pabo-opleidingen besteden onvoldoende aandacht aan wereldburgerschapsvorming en de overdracht van goed burgerschap aan leerlingen.

7. Sociaal-emotionele (wereld)burgerschapsvorming is net zo belangrijk als taal en rekenen. Zowel voor leerkrachten als leerlingen.

8. Effectieve toetsing van wereldburgerschapsvaardigheden bij leerlingen richt zich zowel op kennisaspecten als op sociaal-emotionele vaardigheden.

9. De overtuiging van “eigen-volk-eerst” is onverenigbaar met het doceren van wereldburgerschap.

10. “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet” (Mattheus)

F. Wibaut:

Er is maar één land: de aarde
Er is maar één volk: de mensheid
Er is maar één geloof: de liefde

PS

De beschaving gaat ten onder aan de giftige cocktail van “eigen-volk-eerst” en het “recht-van-de-sterkste”. Kostbare verworvenheden als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties) en de democratische rechtsstaat vallen ten prooi aan barbarij.”

(de Volkskrant 18-04-2025, John Zant)

Over de auteur

Dr. John Zant is gepensioneerd klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker, ambassadeur van de Vreedzame School en van de Stichting Wereldburger, en publicist met betrekking tot geweldloze conflicthantering en (wereld)burgerschap.

Vreedzame beslechting van internationale geschillen

Vreedzame beslechting van internationale geschillen

Inleiding

Tijdens de eerste Haagse vredesconferentie in 1899 werd een verdrag gesloten voor beslechting van internationale geschillen. Tijdens de tweede Haagse vredesconferentie in 1907 werd het verdrag uitgebreid van 61 naar 97 artikelen. Dit Verdrag voor Beslechting van Internationale Geschillen is tot op heden van kracht en de meeste staten maken deel uit van dit verdrag. Deze diplomatieke vorm van conflictbeslechting kan bestaan uit adviezen, bemiddeling en internationale onderzoekscommissies.

In 1899 werd ook het Permanent Hof van Arbitrage opgericht, dat weliswaar geen scheidsgerecht is, maar oplossingen door vreedzame middelen faciliteert tussen staten, maar ook tussen staten en andere partijen. Het betekende de eerste stap tot institutionalisering van oplossing van geschillen door vreedzame middelen. De betrokken partijen benoemen elk maximaal vier leden voor dit Hof. Het is sinds 1901 gevestigd in Den Haag in het Vredespaleis. Later voegden ook andere landen zich als gastland toe.

In 1922 werd het Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht, dat in 1945 door de VN werd vervangen door het Internationaal Gerechtshof, dat zich bezig houdt met rechtsgeschillen tussen staten. Het bestaat uit 15 rechters die worden benoemd door de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN. Het is gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag. In de praktijk is het niet altijd duidelijk of er sprake is van een rechtsgeschil of van een politiek of belangengeschil. Het Hof is alleen bevoegd bij conflicten tussen staten als de toepassing van een rechtsregel in het geding is. Het Hof heeft geen bevoegdheid een oordeel/advies dwingend op te leggen. Als het politieke of belangengeschillen betreft kan men zich wenden tot het Permanent Hof van Arbitrage.

Bemiddeling of Confrontatie zoeken

Conflicten zijn er altijd geweest en zullen ook altijd blijven ontstaan. De vraag is hoe conflicten te hanteren. Ook na twee wereldoorlogen en na de oprichting van de VN doen zich talrijke conflicten voor die men met militaire middelen en/of met economische drukmiddelen in eigen voordeel tracht te beslissen. Hiermee vergeleken wordt er slechts mondjesmaat gebruik gemaakt van vreedzame middelen om een conflict tot een oplossing te brengen die beide partijen recht doet. De klimaatcrisis maakt het noodzakelijk dat alle landen samenwerken om hun gemeenschappelijke leefwereld te redden. Doorgaan met proberen conflicten te winnen ten koste van anderen lijkt voor de korte termijn misschien aantrekkelijk, maar leidt onherroepelijk tot “overwinnaars” in een verwoeste leefwereld. Korte-termijn-denken en eigen-belang-eerst-denken hebben nog steeds volop de overhand. Lange-termijn-denken en streven naar een leefbare, sociale en rechtvaardige samenleving voeren nog lang niet de boventoon. Wordt er al van de kostbare verworvenheden zoals het Permanent Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof bitter weinig gebruik gemaakt, ook het respect voor de uitspraken en adviezen van deze organen laat veel te wensen over.

Nederland

Nederland heeft materieel en immaterieel veel geïnvesteerd in militaire oplossingen of zogenaamde humanitaire interventies met militaire middelen voor conflicten. Denken we aan Nederlandse interventies in Indonesië, Nieuw-Guinea, Joegoslavië, Irak, Afghanistan, Syrië, Mali, dan kan men niet stellen dat de betreffende volkeren daardoor beter af zijn. De interventies dienen de eigen militair-strategische en economische belangen, niet die van de betreffende bevolking. Het resultaat is heel veel burgerdoden, maatschappelijke ontwrichting, economische malaise, miljoenen vluchtelingen en ontheemden, en vaak een burgeroorlog nadat de interventie is beëindigd.

Nederland is al eeuwenlang ook het land dat rijk is geworden ten koste van anderen en met alle rijkdom een relatief grote bijdrage levert aan de klimaatverandering. Ondanks dat Nederland een democratische rechtsstaat heet, hebben rijke belangengroepen (lobby’s) vaak meer invloed dan de Tweede Kamer en weet de regering grote bevolkingsgroepen onrechtvaardig te bejegenen.

Van confrontatie naar bemiddeling

Nederland is de grote eer ten deel gevallen zulke kostbare instituties als het Permanent Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof te mogen huisvesten in het Vredespaleis te Den Haag. Behalve dat dit een grote eer is, schept dit ook een grote morele verantwoordelijkheid. Zelden horen we de Nederlandse regering over deze instituties. Wel veel over partijpolitiek, veel over onze veiligheid, veel over onze economie, veel over militaire solidariteit met onze bondgenoten, veel over angst voor andere machtsblokken, veel over de waan van de dag.

Nederland zou zich moeten opwerpen als internationaal promotor en pleitbezorger van het internationaal recht zoals te verkrijgen in het Vredespaleis te Den Haag. Gezien de klimaatcrisis is het recht van de sterkste niet langer een garantie voor survival in een leefbare wereld. Samenwerking en rechtvaardigheid zijn meer dan ooit noodzakelijk. Het is hoog tijd dat staten in plaats van elkaar te bevechten, bemiddeling zoeken en de uitspraken en adviezen van de bemiddelaar respecteren en uitvoeren. De middelen en de mankracht die Nederland besteedt aan militaire macht, kunnen beter aangewend worden om de promotie van het Permanent Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof te dienen!

John Zant

Nationalisme en Algemeen Belang

Nationalisme en Algemeen Belang

Egocentrisme en Algemeen Belang

Van egocentrisme wordt gesproken als iemand zijn eigen visie en belangen centraal stelt. Dat gaat vaak samen met een verminderd vermogen zich te verplaatsen in de standpunten en gevoelens van anderen – een gebrek aan empathie. Als iedereen op de wereld zich louter egocentrisch zou gedragen, zou er geen liefde, vriendschap of samenwerking kunnen bestaan. Met louter egocentrisme doet een mens zichzelf tekort, want juist in liefde, vriendschap en samenwerking vindt een mens meerwaarde in zijn eigen leven. Rekening houden met anderen, juist vanwege liefde, vriendschap en samenwerking, zou men in die zin een vorm van eigen belang kunnen noemen. Er is niets mis met het goed zorgen voor jezelf en je dierbaren. Maar een relatie kan alleen goed functioneren als er sprake is van geven en nemen. Het is noodzakelijk rekening te houden met de standpunten en gevoelens van de anderen.

“Nationalisme en Algemeen Belang” verder lezen

Groen Links maakt het verschil op gebied van vrede en veiligheid

Groen Links maakt het verschil op gebied van vrede en veiligheid: beleidsvoorstel 2013

Uitgangspunten

Bijdragen aan:

  1. de bescherming van kwetsbare burgers
  2. het vergroten van het respect voor de mensenrechten
  3. het scheppen en handhaven van vrede en veiligheid.

Kwetsbare burgers

Met beperkte middelen en mankracht is het zaak vooraf te bepalen waar je je bijdragen wilt inzetten. Als je kwetsbare burgers wilt beschermen, zul je eerst moeten inventariseren wie je daaronder wilt rekenen en zul je vervolgens je prioriteiten moeten stellen op wie je je beperkte middelen en mankracht zult richten. Een dergelijke inventarisatie ontbreekt. Desondanks worden schaarse middelen en mankracht ingezet. De vraag is hoe en door wie de prioriteiten zijn gesteld. Ook is de vraag waarom de een wel hulp krijgt en de ander met vergelijkbare problemen niet. Wordt de Nederlands keuze bepaald door de agenda van de VS, het ministerie van buitenlandse zaken van Nederland, de Navo, de beeldvorming door de media, de economische belangen? Een dergelijke prioriteitstelling ontbreekt.

Mensenrechten

Gelukkig zijn de rechten van de mens goed vastgelegd door de VN. Er zijn vele landen en regeringen die niet voldoen aan het vereiste respect voor die mensenrechten. De keuze wie aan te spreken op gebrekkig respect voor de mensenrechten vereist allereerst dat je zelf geen blaam treft op dit gebied. Voorts kun je niet de een corrigeren, terwijl je een ander die op dezelfde wijze de mensenrechten schendt, ongemoeid laat. Het kan niet zo zijn dat de mensenrechtenschendingen van niet-bevriende naties wel en van bevriende naties niet aan de kaak worden gesteld, of dat uit angst voor economische sancties er maar niet over wordt gepraat. Een evaluatie van Nederlandse mensenrechtenschendingen, alsook een helder beleid welke natie wel en welke niet door Nederland moet worden aangesproken, ontbreekt.

Vrede en veiligheid

Op gebied van internationale vrede en veiligheid is het beleid van de VN leidend. Het functioneren van de VN is verre van volmaakt en nog verre van onpartijdig. De VN-organisatie is echter wel het beste dat we als wereldburgers tot nu toe hebben. Uitgangspunt is dat kwetsbare burgers van welke natie dan ook beschermd moeten worden tegen geweld desnoods tegen hun eigen regering (R2P). Daarbij dient eerst alles in het werk gesteld te worden die kwetsbare burgers te beschermen door vreedzame middelen (diplomatie, economische sancties, humanitaire hulp, etc.). Pas wanneer deze vreedzame middelen niet helpen, kan militair ingrijpen worden overwogen. Dit eventuele militaire ingrijpen zou in ieder geval door de VN dienen te worden geleid dan wel gedelegeerd naar andere instanties of coalities. Het kan niet zo zijn, dat als alle vreedzame middelen hebben gefaald, er dus niets anders rest dan militair ingrijpen. Men zal dienen te overwegen of militair ingrijpen de zaken niet eerder verergert dan verbetert. Soms is de realiteit dat er niets anders op zit dan, militair gezien, machteloos toezien om nog erger te voorkomen. Sommigen noemen dit laf, anderen verstandig. Het Internationaal Gerechtshof wordt zelden als alternatief gezien. Waarom maakt Nederland zich meer bezorgd om Syrië dan om Tibet, de Oeigoeren, de Papoea’s, de Tsjetsjenen, de Palestijnen, de vrouwen in bijvoorbeeld India en Saoedi Arabië, etc. Wiens prioriteitstelling volgt Nederland? Waarom wel militair ingrijpen overwegen in Syrië en niet in die andere landen waar kwetsbare mensen slachtoffer zijn van geweld?

Programmapunten vrede en veiligheid van Groen Links

  1. GL maakt een wereldomvattende inventarisatie van kwetsbare bevolkingsgroepen en naties, die lijden onder geweld, uitbuiting, honger, mensenrechtenschendingen, etc. GL formuleert prioriteiten op grond van de nood van deze kwetsbare groepen en niet op grond van politieke en/of economische belangen en niet op grond van wel of niet onder de loep gelegd door de media.
  2. GL evalueert de Nederlands schendingen van de mensenrechten
  3. GL beargumenteert dat, als alle vreedzame middelen tot nu toe niet hebben geleid tot het beëindigen van geweld, militair ingrijpen niet het enig overblijvende alternatief is. Niet militair ingrijpen kan vaak nog erger voorkomen. GL bepleit het inschakelen van het Internationaal Gerechtshof ter beslechting van internationale conflicten.
  4. GL inventariseert de averechtse en negatieve gevolgen van Nederlandse deelname aan militair ingrijpen voor de korte en lange termijn om van de geschiedenis te leren, in plaats van alleen de ”successen” te roemen.
  5. GL zet zich ervoor in alle commerciële wapenproductie te verbieden. Alleen wapenproductie onder toezicht van de VN en uitsluitend te gebruiken door een internationale VN- troepenmacht en door nationale politie (voor locale ordehandhaving) zijn toegestaan.
  6. GL bepleit dat Nederland goed opgeleid en toegerust personeel levert voor een VN-leger ter handhaving van de wereldvrede, het nationale leger afschaft en zich terugtrekt uit de Navo.
  7. GL wil de wereld verbeteren door te beginnen bij de opvoeding: Leer kinderen op school de benodigde sociaal-emotionele en burgerschapsvaardigheden aan opdat zij leren om te gaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met geweld; pas hiertoe ook de opleiding van leerkrachten aan.

Groen Links motto

“Er is maar één land, de aarde; er is maar één volk, de mens; er is maar één geloof, de liefde.” ( F. Wibaut, onlangs geciteerd door L.

Brief aan minister van buitenlandse zaken Timmermans over Korea

Er is op dit moment sprake van een gevaarlijke escalatie in Korea. Het gevaar bestaat dat een van beide partijen, Noord-Korea of Zuid-Korea/Verenigde Staten, een casus belli zal creëren met desastreuze gevolgen. Ik roep de minister van Buitenlandse Zaken op zo spoedig mogelijk via de EU en via de VN aan te dringen op een diplomatieke oplossing voor dit conflict. Ik verzoek de minister tevens de internationale aandacht te vestigen op het Internationale Gerechtshof als mogelijkheid om in dit conflict en andere internationale conflicten te bemiddelen. Hierbij zij aangetekend dat de kans dat beide partijen bemiddeling door het Internationaal Gerechtshof zullen aanvaarden klein is, maar ik zie het als een “plicht” van Nederland deze verworvenheid een grotere plaats te geven in het collectief wereldgeheugen bij internationale conflicten. Want als Nederland, dat de eer heeft het Internationaal Gerechtshof te mogen huisvesten in het Vredespaleis, deze mogelijkheid al vergeet of bij voorbaat al inadequaat acht, wat kunnen we dan van de interesse van andere landen in dit Instituut verwachten.