Korte broek en korte rok

Onze directrice was een vrouw van in de veertig. Zij droeg vaak een korte rok, niet passend bij haar leeftijd en positie. Op een uitzonderlijk warme zomerdag verscheen een collega fysiotherapeut in korte broek op het werk. De directrice eiste van hem zich te verkleden en stelde schorsing in het vooruitzicht bij herhaling. In het volgende nummer van het personeelsblad schreef ik: “Wat is het verschil tussen een korte broek en een korte rok? Het kruis ontbreekt ook nog.”

Het eigen ego strelen over de rug van anderen

Het eigen ego strelen over de rug van anderen

In de “brief van de dag” van maandag 10 december beschrijft een mevrouw, die ondertekent als psychotherapeut, hoe milieubewust zij probeert te leven. Prachtig! Het vervelende is echter, dat zij er niet voor terugdeinst haar buurvrouw, haar collega, een collega van haar zus en haar vriendin als negatieve voorbeelden te presenteren. Zo streelt ze haar eigen ego over de rug van familie, vrienden en bekenden. Dit onderwerp heeft met haar beroep psychotherapeut verder niets te maken en de vermelding ervan dient ook geen ander doel dan het eigen ego te strelen. Het is te hopen dat deze psychotherapeut haar cliënten ook niet voor dit doel gebruikt.

John Zant, Amsterdam

Dafne Schippers

Dafne Schippers

Ik vind Dafne Schippers eigenlijk een beetje zielig. Toen ze nog niet zo beroemd was, was het een mooie, levenslustige meid. Nu is ze verworden tot een soort Michelin-mannetje, gereduceerd tot een ééndimensionaal wezen, dat alleen nog “keihard trainen” kan blaten met een zichtbaar geforceerde glimlach. Ze verpest haar mooie meisjesleven door zich elke dag uren lang te laten afbeulen door mannetjes die zich “coach” durven noemen, en dat alleen om een paar honderdsten van één  seconde harder te kunnen lopen. Iedereen weet dat men over 10 jaar meewarig lacht om die zogenaamde wereldtijden van nu. Haar nieuwe “coach” beweert dat hij haar “wel weer aan de praat kan krijgen”, alsof hij het over een apparaat heeft dat dienst weigert! Vernederender kan het niet. Haar zogenaamde roem voorziet in de behoefte van een stelletje nationaal-chauvinisten, die haar als een baksteen laten vallen, als een andere loopster toch éénhonderdste van een seconde harder blijkt te lopen. Ik zou zeggen: “Meid, je kunt je tijd en energie wel beter gebruiken. Weet je wat? Ga wat leuks doen!”

John Zant, Amsterdam

Ha, vakantie!

Eindelijk voor meneer weer de korte broek en het mouwloze hemd uit de kast en voor mevrouw het rokje of jurkje dat jaren geleden al veel te kort was. Dat een en ander de mogelijkheid schept tot vertoon van excessieve obesitas, lijkt niet te deren. Opgestulpte borsten die, voor zover ze überhaupt naar voren steken, veelal ruimschoots voorbij worden gestreefd door de buik, al dan niet met vetschort. De benen gunnen ons een blik op grijzige vetmassa met kuilen en verkleuringen. Er zijn veel jonge mannen die op alle dagen lopen. Jong en oud, man en vrouw voelen zich de laatste jaren in toenemende mate geroepen hun lichaam (verder) te laten ontsieren door tattoos van plagiërende symbolen en figuren, en weemakende teksten. De vraag of men de betreffende afbeeldingen en teksten thuis aan de muur zou willen hangen, is klaarblijkelijk niet gesteld. Een beetje verstandig mens met een beetje smaak zou de betreffende wandversiering in het vuilnisvat deponeren. Maar men laat de rotzooi voor het leven op de huid krassen in de veronderstelling dat men voor origineel en stoer zal doorgaan. En de vakantiedracht maakt het mogelijk de huidverminkingen aan den volke te tonen. De heren kunnen nog een kaalgeschoren hoofd met oorringetjes toevoegen boven de spekkraag die ooit nek geweest moet zijn. De dames kunnen kiezen voor uitbreiding met allerlei piercings en sommigen kunnen bogen op een gebotoxt dodenmasker en een heuse silicon valley. Een ander niet te bevatten fenomeen is het dragen van opzettelijk ingeknipte of gescheurde broeken. Je ziet het voor je hoe in de derde wereld volwassenen en kinderen voor een hongerloontje 12 tot 16 uur per dag in een confectiefabriek moeten werken en een mooie spijkerbroek, waar ze zelf misschien maanden voor zouden moeten sparen, opzettelijk moeten beschadigen. Ze kunnen niet begrijpen dat de beschadigde kleding in de winkel ook nog twee maal zoveel kost als onbeschadigde kleding. Zittend langs de promenade kunnen het schaamteloos exhibitionisme en de voortschrijdende decadentie een mens danig bij de strot grijpen.

John Zant

“Hoi, he?”

In Zuid-Limburg groeten de mensen elkaar met “hoi, hè”. Het verspreidingsgebied van deze gewoonte ken ik niet precies, maar de gewoonte is in ieder geval in het stadje Gulpen wijdverbreid, om niet te zeggen algemeen gangbaar.  Intrigerend in deze begroeting is de toevoeging “hè”. Ik merk dat ik van dit soort begroetingen licht geïrriteerd raak en vraag me af waarom dat zo is. Normaliter zeg je “hallo”, “dag”, “hoi”, etc. zonder de toevoeging “hè”. Het woordje “hè”gebruik je om instemming en bevestiging te vragen, bijvoorbeeld: “We gaan naar de stad; dat wil jij toch ook, hè?” of “Ik vind oude kaas lekker, jij toch ook, hè?” Het woordje “hè” wordt ook wel aan het begin van een emotionele uitroep gebruikt, bijvoorbeeld: “Hè, wat zeg je nou?!” om verbazing, woede, afkeer, teleurstelling, gekwetstheid, pijn, verdriet etc. uit te drukken. Verder wordt “hè” gebruikt in geval je iets niet hebt verstaan of begrepen in de zin van “wat zeg je?” of “wat bedoel je?” Volgens “willemwever.nl” staat de begroeting “hoi, hè” bij het afscheid in Limburg voor “hou je goed, hè!” en wens je daarmee iemand heel vriendelijk het beste toe. Dat moge zo zijn, maar daarmee is niets gezegd over de toevoeging”hè”. De Limburgers zeggen inderdaad wel “hai dich!” zoals in het noorden des lands wel “hou doe!” wordt gebezigd. In de zin “kom maar op, hè!” is de betekenis uitdagend en agressief. Van de bovengenoemde mogelijkheden komt instemming en bevestiging vragen bij de begroeting “hoi, hè” toch het meest in aanmerking. Dus mensen in Gulpen groeten elkaar en vragen tegelijk aan de ander instemming en bevestiging. Vragen ze die voor het gebruiken van de populaire en familiaire begroeting “hoi”, of vragen ze die voor zichzelf: “Wil je me alsjeblieft gunstig beoordelen en gunstig gezind zijn?” In die zin is “hoi, hè” een weinig assertieve, je kwetsbaar opstellende, onderdanige om niet te zeggen kruiperige manier van groeten. Dat zou wellicht mijn lichte irritatie kunnen verklaren. Ik ben geneigd deze begroeting te ervaren als “weekdierengedrag”.  Maar het kan nog erger als mensen elkaar begroeten met “adi, hè”.  Met deze begroeting wil men laten zien dat men internationaal georiënteerd is en wil men tevens door de verbastering van “adios” of “adieu” de popie-jopie uithangen.Iedere keer lopen me de rillingen over de rug, maar dat zal wel aan mij liggen.