Onderwijs in Wereldburgerschap

Onderwijs in Wereldburgerschap

de leerling als wereldburger met de leerkracht als gids

Dr. John Zant

Inleiding

De problemen waarmee de mensheid momenteel wordt geconfronteerd -klimaatrampen, milieuvervuiling, uitputting van grondstoffen, oorlogen, armoede, honger ondanks voldoende beschikbaarheid van voedsel, vluchtelingen, et cetera- kunnen alleen met wereldwijde samenwerking worden aangepakt. Tijdens de klimaattop in Caïro (2022) vatte de secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres, de huidige situatie als volgt samen: “De mensheid heeft de keuze tussen samenwerken of ten onder gaan. We zitten op de snelweg naar een klimaathel met de voet op het gaspedaal”. Het streven naar wereldburgerschap zou tegenwicht moeten bieden aan de toenemende neiging tot “eigen-volk-eerst”. Korte termijn beleid en eigenbelang domineren momenteel.

Het gaat om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Zij moeten al vroeg bewust gemaakt worden van de invloed van het wereldgebeuren op hen zelf. En ze moeten een verantwoordelijkheidsgevoel leren ontwikkelen, opdat ze kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefomstandigheden van alle mensen en aan het voorkomen van allerlei globale rampspoeden. Zoals Micha de Winter zegt: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding” (1).

Kinderen tot wereldburgers opvoeden vereist dat je ze ook kennis en vaardigheden aanleert over verhoudingen en processen die in de wereld spelen, en over hun positie in en relatie tot de wereld. Uit bovenstaande moge blijken dat wereldburgerschap geen bijzaak is, maar noodzaak.

Burgerschapsonderwijs geeft leerlingen een basis om deel uit te maken van een democratische gemeenschap. Bovendien verwerven ze vaardigheden om aan een rechtvaardige, inclusieve en duurzame toekomst te werken. Van het begrijpen van de grondbeginselen van de democratie tot het bevorderen van empathie en intercultureel begrip, wereldburgerschapsonderwijs biedt een fundament waarop leerlingen kunnen bouwen om verantwoordelijke wereldburgers te worden. Het gaat om het kennen van rechten en plichten, en om het cultiveren van kritisch denken, burgerzin en sociale verantwoordelijkheid. De school is primair de plaats waar leerlingen worden begeleid in hun groei tot zelfbewuste en verantwoordelijke wereldburgers, die, in balans met zichzelf en hun omgeving, in een steeds veranderende wereld kunnen functioneren. In die zin is de school een oefenplaats voor kinderen voor hun latere maatschappelijk functioneren als volwassenen.

Aangezien burgerschapsvaardigheden net zo essentieel zijn voor het maatschappelijk functioneren als taal- en rekenvaardigheden, is burgerschap in het onderwijs sinds 2021 wettelijk verplicht.

De wetVerduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs”(2)stelt:

“Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op

a. het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school.

b. het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.

c. het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.

Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de onder c genoemde verschillen.”

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in 2021 wettelijke kaders vastgelegd waaraan het burgerschapsonderwijs moet voldoen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs (3). Het is in elk geval nodig dat de wettelijk vastgelegde inhoud daadwerkelijk vorm krijgt in de curricula van alle scholen. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) heeft van de regering opdracht gekregen de wettelijke bepalingen uit te werken tot een leerplan (6).

Wereldburgerschap

Dezelfde waarden, competenties, respectvereisten en kennis over vrede, veiligheid, voedsel, migratie en armoede, die gelden voor Nederlands burgerschap, gelden ook voor wereldburgerschap, maar dan gericht op alle mensen en volken van de hele wereld. Met andere woorden: het is zaak kinderen en leerlingen op te voeden en op te leiden tot goede Nederlandse burgers én tot goede wereldburgers. Tot verantwoordelijke mensen die oog hebben voor de problemen die de hele wereld bedreigen en die zich bekommeren om alle mensen en niet uitsluitend om de inwoners in Nederland (4). Het is zaak hun een gevoel van wereldwijde verantwoordelijkheid bij te brengen en hun visie niet te beperken tot de belangen van eigen land en cultuur, zeker omdat de Nederlandse samenleving ook steeds meer een multiculturele samenleving is.

Wereldburgers wegen in hun gedrag de voordelen op korte termijn af tegen de nadelen van dat gedrag op de lange termijn voor zichzelf, voor andere mensen en voor het leefmilieu van onze aarde. Zij passen daar hun gedrag op aan. Deze ideale situatie kan uitsluitend bereikt worden als iedereen respect en begrip heeft voor elkaars keuzen en leefwijzen. Mensen die geleerd hebben om te gaan met verschillen, benaderen tegenstellingen en conflicten niet met afwijzing, dreiging en geweld. Ze beheersen methoden van geweldloze conflicthantering, zoals discussiëren, overtuigen, bij ongelijk toegeven, vaststellen dat een verschil niet te overbruggen is en daardoor de relatie niet laten verstoren. Ze kunnen meta-communiceren, dat wil zeggen, reflecteren op de wijze waarop men met elkaar omgaat (bijvoorbeeld: ik vind je gedrag bazig, lief, agressief, inconsequent, et cetera). Ze zijn in staat mensen niet op één kenmerk vast te pinnen (bijvoorbeeld jij bent moslim, of kleurling, of homoseksueel). Ze kunnen mensen in hun totaliteit beoordelen met hun talrijke kenmerken, eigenschappen en vaardigheden. Zo kunnen zij loskomen van het wij-versus-zij denken en handelen. Dat uit zich in actieve, mondiale verbondenheid en verantwoordelijkheid die verder reiken dan de eigen cultuurgrenzen. Wereldburgerschap omvat het uitdragen van de universele rechten van de mens, het erkennen en waarderen van interpersoonlijke verschillen en overeenkomsten, en het kennen van de eigen plek binnen de globale samenleving. Wederkerigheid is het leidend principe: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet” (Mattheüs); “Geluk behoort toe aan hen die aan het geluk van anderen denken” (Zarathustra).

Naast de wet voor burgerschapsvorming vormen de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (URVM), de Universele Verklaring voor de Rechten van het Kind (UVRK) en de Sustainable Development Goals (SDG’s) de basis voor ons leerplan voor onderwijs in wereldburgerschap.

Kernwaarden

Kernwaarden reguleren onze onderlinge omgang overal in de wereld. In een democratische rechtsstaat zijn de belangrijkste waarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid. In de wettekst over burgerschap worden alleen de eerste drie waarden expliciet genoemd, omdat ze zijn afgeleid van de waarden van de Franse revolutie—vrijheid, gelijkheid en broederschap. In die tijd — ruim tweehonderd jaar geleden — hadden de burgers geen stemrecht en waren ze nauwelijks geïnformeerd. Gehoorzamen aan de autoriteiten was het credo. Van eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid was geen sprake. Tegenwoordig hebben mensen stemrecht, zijn ze via de media goed geïnformeerd, zijn ze mondiger dan vroeger en willen ze inspraak. Daarmee zijn ze niet alleen in staat meer maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen, maar ook in toenemende mate verplicht die verantwoordelijkheid te nemen (5). In de wettekst is verantwoordelijkheid als volgt geformuleerd: “Bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.” Het is aan schoolbestuur, de directie, docenten, leerlingen en ouders de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid een plek geven in het onderwijs. De kernwaarden voor burgerschapsvorming in de Nederlandse maatschappij, gelden evenzeer voor burgerschapsvorming in de wereldmaatschappij.

Wereldburgerschapsmodel

Onderstaand Wereldburgerschapsmodel (zie figuur 1) visualiseert (wereld)burgerschapsvorming vanuit een waardensysteem, waarin de democratische rechtsstaat de kern vormt, samen met de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid. De twee kernwaarden in het midden van het wereldburgerschapsmodel – democratie en rechtvaardigheid – raken vooral de instituties van de democratische rechtsstaat. De vier waarden eromheen hebben betrekking op de rechten en plichten van de mensen, de (wereld)burgers. Rechten richten zich op individueel belang, terwijl plichten op sociaal en algemeen belang gericht zijn. De vrijheid is verbonden met verantwoordelijkheid. Met andere woorden, het recht op vrijheid is niet vrijblijvend en schept de plicht je verantwoordelijk te gedragen ten aanzien van de vrijheden van anderen. Iedereen heeft de plicht na te gaan of zijn of haar vrijheden niet ten koste gaan van die van anderen of van het milieu. De gelijkwaardigheid staat in verbinding met solidariteit. Het recht op gelijkwaardige behandeling schept de plicht solidair te zijn ten behoeve van de gelijkwaardige positie van anderen.

Democratie is dat het volk kiest en het beleid bepaalt. Rechtvaardigheid is dat alles op een eerlijke manier gebeurt in de rechtsstaat en in de samenleving. De democratische rechtsstaat is gefundeerd op de trias politica, ofwel de driemachtenleer. Deze term benoemt de scheiding der staatsmacht(en), opgedeeld in drie organen die elkaars functioneren bewaken. De gebruikelijke verdeling kent een wetgevende macht die wetten opstelt (de Tweede Kamer en de Eerste Kamer), een uitvoerende macht voor het dagelijks bestuur van de staat (de overheid) en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. Tegenwoordig is aan dit stelsel een vierde toegevoegd: de onafhankelijke journalistiek. Zij verricht de volkstoetsing van de democratische rechtsstaat en fungeert als waakhond.

Figuur 1 – Wereldburgerschapsmodel

Noodzakelijke vaardigheden voor leerlingen

Voor het in praktijk brengen van deze kernwaarden zijn allerlei vaardigheden nodig. In tabel 1 geven we een overzicht van de hiervoor noodzakelijke cognitieve, emotionele, sociale en praktische vaardigheden bij leerlingen. Leerkrachten zien sociaal-emotionele vaardigheden soms over het hoofd of ze vinden die te moeilijk. Maar het is cruciaal dat leerlingen leren gevoelens te verwoorden, opdat ze die bij zichzelf en bij anderen kunnen herkennen, en die dan ook kunnen betrekken in hun communicatie. Als je emoties wel voelt, maar ze niet kunt benoemen, is de kans groot dat verdriet wordt opgekropt, resulterend in teruggetrokken, angstig of depressief gedrag. Woede wordt dan fysiek geuit, resulterend in pesten en agressief, gewelddadig of destructief gedrag (5). Antipest-programma’s richten zich in de regel op het monitoren, voorkomen en onderbreken van pestgedrag. Als in een dergelijk programma geen aandacht wordt besteed aan het vergroten van bovengenoemde sociaal-emotionele vaardigheden, is het tot mislukken gedoemd. Het blijft dan symptoombestrijding zonder de onderliggende bron, namelijk het gebrek aan sociaal-emotionele vaardigheden, aan te pakken. Het belangrijkste doel van onderwijs in (wereld)burgerschap is dat leerlingen deze vaardigheden internaliseren.

Tabel 1 – Noodzakelijke vaardigheden voor leerlingen

Cognitieve vaardigheden

  1. Verwoorden van eigen gedachten, opvattingen, ervaringen, wensen, behoeften, belangen
  2. Kritisch en logisch denken, relativeren
  3. Probleemoplossend, praktisch denken
  4. Verbanden leggen, verschillen duiden
  5. Zelfreflectie, zelfregulering, zelfrelativering, humor, eigen fouten erkennen, overtuigingen bijstellen door nieuwe informatie, vanzelfsprekendheden bevragen
  6. Reflecteren op je eigen waarden en normen en die van anderen, en de eventuele verschillen
  7. Planning, oriëntatie op jezelf, je studie, je loopbaan
  8. Ondernemend, onderzoekend, creatief en initiërend denken
  9. ..

Emotionele vaardigheden

  1. Herkennen en benoemen van eigen emoties
  2. Verbaal en non-verbaal uiten van emoties
  3. Herkennen van en openstaan voor emoties van de ander
  4. Verbaal en non-verbaal reageren op de emoties van de ander
  5. Een band van vertrouwen, vriendschap, liefde opbouwen en onderhouden
  6. ..

Sociale vaardigheden

  1. Luisteren naar en openstaan voor de gedachten, opvattingen, gevoelens, ervaringen, wensen, behoeften en belangen van de ander
  2. Empathie, je verplaatsen in de gedachten, etc. van de ander
  3. Reflecteren en anticiperen op effecten van eigen gedrag op de ander
  4. Omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met afwijzing, dreiging en geweld (discussiëren, overtuigen, etc.)
  5. Compromissen sluiten, geven en nemen, wederkerigheid, vergeven, verzoenen, accepteren dat er verschillen zijn en desondanks de relatie voortzetten, etc.
  6. Bemiddelen bij andermans conflicten
  7. Onderkennen dat er meerdere waarheden naast elkaar bestaan, dat de afwijkende waarheid van de ander niet per se onzin is maar een andere kijk op de werkelijkheid
  8. Meta-communiceren over de wijze waarop je met elkaar omgaat (ervaar je de ander als bazig, onaardig, slachtofferig, egocentrisch, lui, of lief, inspirerend, sociaal, etc.); praten over wat je in de relatie wel en niet bevalt, hoe je het anders zou willen, qua gedrag en verbale en non-verbale uitingen
  9. Gelijkwaardigheid bevorderen en bewaken
  10. Rekening houden met minderheidsstandpunten en -belangen
  11. Samenwerken, erkennen dat samenwerken meerwaarde heeft (1+1=3)
  12. Verantwoordelijkheid nemen en dragen.
  13. ..

Praktische vaardigheden

  1. Een vraagstelling uitwerken tot een onderzoeksplan, gegevens structureren
  2. Doelen stellen, werkwijze bepalen, opties onderzoeken, keuzes maken
  3. Initiatief tot actie nemen
  4. Taken zelfstandig uitvoeren volgens plan en/of volgens afspraken
  5. Leidinggeven en coördineren
  6. ..

Noodzakelijke vaardigheden voor leerkrachtenkrachten

Tot voor kort was er binnen de pabo-opleidingen relatief weinig aandacht voor (wereld)burgerschapsvorming. De focus lag vooral op cognitieve vakken zoals taal en rekenen. Nu burgerschapsonderwijs wettelijk verplicht is, komt hierin verandering.

Een leerkracht die (wereld)burgerschap onderwijst, moet de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid niet alleen uitleggen, maar deze ook zelf uitdragen en voorleven.

De vakbekwaamheid van docenten in (wereld)burgerschap is doorslaggevend voor de succesvolle overdracht aan leerlingen. Zij fungeren als rolmodel voor hun leerlingen. Zij moeten immers de leerlingen op dit gebied onderwijzen en hun vooruitgang structureel meten. Burgerschapsvorming is net zo belangrijk als taal en rekenen voor het maatschappelijk functioneren van leerlingen. Dat geldt dan dus ook voor leerkrachten. Om (wereld)burgerschap goed te kunnen doceren moeten de kernwaarden echt geïnternaliseerd zijn bij leerkrachten en moeten zij (wereld)burgerschap inderdaad als even onmisbaar ervaren als taal en rekenen. Leerkrachten die het doceren van (wereld)burgerschap als een opgelegde verplichting ervaren, zullen weinig succesvol zijn in het overdragen van die vaardigheden op hun leerlingen. De overtuiging van “eigen-volk-eerst” is onverenigbaar met het doceren van wereldburgerschap.

Om als rolmodel voor leerlingen te kunnen fungeren, moeten de leerkrachten in ieder geval over dezelfde cognitieve, emotionele, sociale en praktische vaardigheden beschikken als die voor leerlingen noodzakelijk geacht worden (zie tabel 1). Daarnaast dienen leerkrachten over de nodige kennis over wereldburgerschap te beschikken en over de nodige didactisch-pedagogische vaardigheden.

Noodzakelijke kennis

De leerkracht dient kennis te hebben van het functioneren van de democratische rechtsstaat, van een gekozen volksvertegenwoordiging, van de scheiding der machten (wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht), van de Verenigde Naties en de veiligheidsraad, het Internationaal Gerechtshof, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), de politieke en economische verhoudingen in de wereld, en de rampspoeden die de mensheid bedreigen.

Tabel 2 – Noodzakelijke didactisch-pedagogische vaardigheden

1. in staat zijn erkenning te geven aan anderen voor wat betreft hun opvattingen, gevoelens en wensen

2. in staat zijn tegenstellingen in opvattingen, gevoelens en wensen te hanteren zonder a priori uit te gaan van het eigen gelijk of de eigen beleving als norm te stellen

3. in staat zijn compromissen te sluiten bij tegenstellingen en conflicten

4. in staat zijn in redelijkheid en rechtvaardigheid beslissingen te nemen bij tegenstellingen en conflicten zowel in eigen relaties als in relaties tussen anderen

5. in staat zijn respect te verwerven door voorbeeldgedrag in plaats van respect te eisen op grond van status, door zelf duidelijk te zijn, door goed te luisteren, door empathie, door duidelijk grenzen aan te geven, door redelijke en rechtvaardige beslissingen te nemen en door bereid te zijn tot redelijke en rechtvaardige compromissen

6. in staat zijn leerlingen te laten voelen en ervaren hoe prettig samenwerken is en wat dat aan extra’s kan opleveren

7. in staat zijn kinderen verantwoordelijkheden te leren dragen en nemen

8. leerlingen kunnen motiveren door eigen enthousiasme, door duidelijkheid en beknoptheid, door aan te sluiten bij de interesse en actuele gemoedstoestand van de leerlingen, door het geven van erkenning en verbale beloning, door het geven van positieve feedback, door gericht en proportioneel straffen als het niet anders kan (grenzen stellen)

9. in staat zijn beginnende agressie onmiddellijk te onderbreken en daaraan gekoppeld een positief alternatief te introduceren

10. in staat zijn tot meta-communicatie, kritisch kunnen kijken naar het eigen handelen en dat van anderen en naar de wijze waarop relationele uitwisseling plaats vindt

11. weten hoe complementaire, symmetrische en up-via-down relaties werken en in staat zijn elke relatievorm adequaat te hanteren waarbij men zich bewust is van de eigen voorkeur in relatievorm met bijbehorende voor- en nadelen

12. in staat zijn eigen tekorten te onderkennen en daar actief ondersteuning in te zoeken

13. …

“Wat we willen dat leerlingen worden, moeten wij eerst zelf zijn.”

Wereldburgers bekommeren zich niet alleen om het eigen belang, de eigen problemen en de eigen leefomgeving. Zij doen dat alles ook voor alle mensen in de hele wereld en het leefmilieu, en passen hun gedrag daarop aan. Onderwijs in wereldburgerschap vereist een doorlopende leerlijn en een integrale aanpak voor alle leerjaren en in alle onderwijsactiviteiten.

Referenties

  1. Winter M de: Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding, vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. Amsterdam, Uitgeverij SWP, 2011
  2. Eerste Kamer (2021). Wetwijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs.
  3. OCW (2021). Wettelijke opdracht burgerschap. Inspectie van het onderwijs Utrecht.
  4. Zant, J.L. (2023). Eigen belang en Algemeen belang. Tijdschrift ‘Eén Wereld’ ,48(1), 6-7.
  5. Zant, J.L. (2019). Burgerschapsvorming in het Onderwijs. Als bijlage Burgerschap van Curriculum.nu.
  6. SLO (2025): Kerndoelen burgerschap.

Andere organisaties en (wereld)burgerschapsonderwijs

www.onderwijsinspectie.nl

www.slo.nl

www.unesco.nl

www.lerenvoormorgen.nl

www.cedgroep.nl

www.17werelddoelenles.nl

www.wereldburerschap.nl

www.cosmicus.nl

www.fawakawereldburgerschap.nl

www.nuffic.nl

www.eco-schools.nl

www.global-exploration.nl

www.teachersforclimate.nl

www.laks.nl

www.wereldburgerschap.community

Stellingen

1. Door onderwijs in wereldburgerschap leer je na te denken over je eigen rol in de wereld en de effecten van je gedrag op anderen, de natuur en het leefmilieu. Nu en in de toekomst.

2. Toekomstige wereldburgers leren hoe ze kunnen samenwerken voor een vreedzame, democratische, inclusieve en duurzame wereld.

3. Wereldburgers bekommeren zich niet alleen om het eigen belang, de eigen problemen en de eigen leefomgeving, maar zij bekommeren zich ook om de belangen, problemen en leefomgeving van alle mensen op de wereld.

4. Onderwijs in wereldburgerschap integreert de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid.

5. Voor een succesvolle overdracht aan leerlingen is het noodzakelijk dat leerkrachten (wereld)burgerschap niet als extra belastende taak beschouwen, maar (wereld)burgerschap daadwerkelijk internaliseren.

6. Pabo-opleidingen besteden onvoldoende aandacht aan wereldburgerschapsvorming en de overdracht van goed burgerschap aan leerlingen.

7. Sociaal-emotionele (wereld)burgerschapsvorming is net zo belangrijk als taal en rekenen. Zowel voor leerkrachten als leerlingen.

8. Effectieve toetsing van wereldburgerschapsvaardigheden bij leerlingen richt zich zowel op kennisaspecten als op sociaal-emotionele vaardigheden.

9. De overtuiging van “eigen-volk-eerst” is onverenigbaar met het doceren van wereldburgerschap.

10. “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet” (Mattheus)

F. Wibaut:

Er is maar één land: de aarde
Er is maar één volk: de mensheid
Er is maar één geloof: de liefde

PS

De beschaving gaat ten onder aan de giftige cocktail van “eigen-volk-eerst” en het “recht-van-de-sterkste”. Kostbare verworvenheden als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties) en de democratische rechtsstaat vallen ten prooi aan barbarij.”

(de Volkskrant 18-04-2025, John Zant)

Over de auteur

Dr. John Zant is gepensioneerd klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker, ambassadeur van de Vreedzame School en van de Stichting Wereldburger, en publicist met betrekking tot geweldloze conflicthantering en (wereld)burgerschap.

Vergeten bevolkingsgroepen in nood

“Vergeten” bevolkingsgroepen in nood Inleiding Groen Links, en dus ook de werkgroep Vrede en Veiligheid, heeft de afgelopen tijd veel tijd en aandacht besteed aan Kunduz en doet dat nog steeds. Daar is ook alle reden toe. Er zijn echter naast Afghanistan (Kunduz) nog vele andere brandhaarden in de wereld. In een kleine partij is het zaak de beperkte menskracht en middelen rationeel en rechtvaardig in te zetten. Het project “Vergeten bevolkingsgroepen in nood” komt voort uit de ongerustheid dat met alle inzet van menskracht en middelen voor probleemgebied Kunduz, er relatief weinig inzet en aandacht over blijft voor andere probleemgebieden. Er lijkt sprake van selectieve aandacht voor Kunduz. Dat kan gerechtvaardigd zijn als daar de nood verreweg het hoogst is, maar het is de vraag of dat het doorslaggevende argument voor de keuze is (geweest); mogelijk spelen andere factoren ook een rol; te denken valt aan de prioriteitstelling van de VS, aan politiek-strategische belangen, aan economische belangen, aan de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. Groen Links/de werkgroep Vrede en Veiligheid wil zich sterk maken voor:

  1. De bescherming van kwetsbare burgers
  2. Het vergroten van het respect voor de mensenrechten
  3. Het scheppen en handhaven van vrede en veiligheid

Aannemend dat Groen Links denkt in termen van wereldburgers, van gelijkwaardigheid van elk der wereldburgers en van hulpverlening op basis van objectieve nood in plaats van op basis van bevriendheid, economisch en/of politiek voordeel, toevallig binnen de media-aandacht vallen, etcetera, zou Groen Links een strategie moeten bedenken hoe de schaarse tijd, menskracht en middelen het beste kunnen worden ingezet om de wereldburgers die het meest te lijden hebben onder geweld en repressie ook de meeste hulp en aandacht te bieden. Doelstellingen De doelstellingen van dit project zijn:

  1. Overzicht: Het voorzien in een overzicht van alle landen/volkeren/bevolkingsgroepen die te lijden hebben van geweld, repressie en schending van mensenrechten.
  2. Prioriteitstelling: Het formuleren van criteria op grond waarvan te bepalen is welke bevolkingsgroepen er wat dat betreft het slechtst aan toe zijn en het meest aanspraak zouden maken op hulp en aandacht.
  3. Beleidsadvies: Het formuleren van doelgericht en rechtvaardig beleid voor Vrede en Veiligheid van Groen Links op grond van geformuleerde prioriteiten.

Aanpak Ondergetekenden inventariseren welke nuttige informatiebronnen reeds beschikbaar zijn. In eerste instantie wordt gekeken naar de volgende informatiebronnen:

  1. Human Rights Watch (www.hrw.org)
  2. Amnesty International (www.amnesty.org)
  3. International Committee of the Red Cross (www.icrc.org)
  4. UN Refugee Agency UNHCR (www.unhcr.org)
  5. Human Development Index (www.hdr.undp.org)
  6. Failed States Index (www.global.fundforpeace.org)

Bevindingen 1. Human Rights Watch Human Rights Watch is dedicated to protecting the human rights of people around the world. We stand with victims and activists to prevent discrimination, to uphold political freedom, to protect people from inhumane conduct in wartime, and to bring offenders to justice. We investigate and expose human rights violations and hold abusers accountable. We challenge governments and those who hold power to end abusive practices and respect international human rights law. We enlist the public and the international community to support the cause of human rights for all. HRW publiceert zeer frequent over onderdrukte bevolkingsgroepen en is daarmee zeer actueel. Deze actuele informatie kan gebruikt worden voor sturing en actualisering van het beleid. 2. Amnesty International Amnesty International is a global movement of more than 3 million supporters, members and activists in over 150 countries and territories who campaign to end grave abuses of human rights. Our vision is for every person to enjoy all the rights enshrined in the Universal Declaration of Human Rights and other international human rights standards. We are independent of any government, political ideology, economic interest or religion, and are funded mainly by our membership and public donations. After more than 50 years of groundbreaking achievements, Amnesty International is now embarking on a major process of evolution, to adapt to the dramatic changes in the world we operate in, and to increase the impact of our human rights work. We are introducing a new, global way of working – with a distributed centre and Regional Hubs of research, campaigns and communications – because we owe it to the people we work for to be the most effective force for freedom and justice that we can, globally. As we develop this process – in line with the long-held desire of our international membership – we will post regular blogs, articles, stories and personal accounts to explain what is happening, and why it is important to those on the human rights front line. Amnesty publiceert zeer frequent;ook deze actuele informatie kan gebruikt worden voor sturing en actualisering van het beleid. 3. International Committee of the Red Cross The International Committee of the Red Cross (ICRC) is an impartial, neutral and independent organization whose exclusively humanitarian mission is to protect the lives and dignity of victims of armed conflict and other situations of violence and to provide them with assistance. The ICRC also endeavours to prevent suffering by promoting and strengthening humanitarian law and universal humanitarian principles. Established in 1863, the ICRC is at the origin of the Geneva Conventions and the International Red Cross and Red Crescent Movement. It directs and coordinates the international activities conducted by the Movement in armed conflicts and other situations of violence. Het ICRC geeft elk kwartaal het International Review of the Red Cross uit met informatie over actuele activiteiten en projecten. Er is een overzicht van landen waarin het ICRC actief is. 4. UN Refugee Agency UNHCR UNHCR levert een Statistical Online Population Database voor de “population of concern to the UNHCR”: vluchtelingen, asielzoekers, teruggekeerde vluchtelingen, internally displaced persons (IDP’s), teruggekeerde IDP’s, statenlozen, en andere zorggroepen voor de UNHCR, in meer dan 150 landen. 5. Human Development index Het Human Development Report Office brengt al 24 jaar een jaarlijks rapport uit over de gezondheidstoestand (levensverwachting bij geboorte), het opleidingsniveau (aantal jaren scholing) en de levensstandaard (bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking) van elk land. Op grond hiervan wordt de “Human Development Index” berekend. Voor 2012 worden 47 landen aangemerkt als “very high”, 47 landen als “high”, 47 landen als “medium” en 45 landen als “low”. 6. Failed States index Voor het jaar 2012 hebben “Foreign Policy” en “Fund for Peace” voor de 8e keer een overzicht gepubliceerd van “indicators of state vulnerability” voor 178 landen. Er worden 12 indicatoren gebruikt: Social -mounting demographic pressures -massive displacement of refugees creating severe humanitarian emergencies -widespread vengeance-seeking group grievance -chronic and sustained human flight Economic -uneven economic development along group lines -severe economic decline Political -criminalization and/or delegitimization of the state -detoriation of public services -suspension or arbitrary application of law, widespread human rights abuses -security apparatus operating as a ‘state within a state’ -rise of factionalized elites -intervention of external political agents Voor elk land wordt een totaalscore berekend die bepalend is voor de rangordening van meest en minst problematische landen. Er worden 33 landen gerangschikt onder “alert”, 92 landen onder “warning”, 39 landen onder “moderate” en 12 landen als “sustainable”; voor 2 landen is geen score berekend. Het is ook mogelijk om een rangordening te genereren per indicator. Voor 2012 zijn de 10 slechtst gekwalificeerde landen: Somalië, Democratische Republiek Congo, Noord-Soedan en Zuid-Soedan, Tsjaad, Zimbabwe, Afghanistan, Haïti, Jemen, Irak en Centraal Afrikaanse Republiek. Evaluatie doelstellingen tot nu toe 1. Overzicht Hierboven zijn enkele informatiebronnen genoemd die een overzicht bieden van de bevolkingsgroepen in nood in de wereld. Aangezien de doelstellingen van genoemde organisaties humanitair, apolitiek en wereldomspannend geformuleerd zijn, zijn ze geschikt om “vergeten” bevolkingsgroepen in kaart en onder de aandacht te brengen. De genoemde bronnen dienen nog verder bestudeerd en uitgewerkt te worden. Suggesties voor nog andere informatiebronnen zijn welkom. 2. Prioriteiten De Human Development Index en de Failed State Index hanteren criteria om te schatten hoe erg de situatie in bepaalde landen is. Deze criteria zijn goed te gebruiken om te bepalen welke landen het meest de inzet van schaarse menskracht en middelen behoeven. Aangezien het een overzicht van landen betreft is niet direct zichtbaar welke bevolkingsgroepen in nood verkeren: Een land kan als geheel redelijk scoren, terwijl met name één bevolkingsgroep wordt verdrukt, die door de redelijke overall score van het land over het hoofd gezien kan worden. Met name de Human Rights Watch, het ICRC en het UNHCR geven actuele informatie over mogelijk “vergeten” bevolkingsgroepen in nood. 3. Beleidsadviezen Alvorens beleidsadviezen te formuleren is het zaak dat vanuit de werkgroep/partij wordt aangegeven of dit een zinvolle benadering is die het verdient verder uitgewerkt te worden. Het lijkt ons hoe dan ook nuttig dat een of meerdere personen genoemde bronnen (bijna) dagelijks screenen en daarover op vaste tijden rapporteren/adviseren aan de betreffende portefeuillehouder in de Tweede Kamer. Verdere planning Als de werkgroep/partij dit een zinvolle aanpak vindt, zal verdere uitwerking plaats vinden. De eindrapportage zou dan in het vierde kwartaal van 2013 het licht kunnen zien.