Humanitair beleid van Nederland

Humanitair beleid van Nederland

Nederland weigert niet-begeleide kinderen uit Griekse vluchtelingenkampen op te nemen. Staatssecretaris Broekers-Knol (VVD) beweert dat dat contraproductief werkt en mensensmokkel in stand houdt. Diverse Europese landen voeren deze drogredenen niet aan en tonen wel hun medemenselijkheid. En Nederlandse gemeentes zijn bereid 500 kinderen op te nemen. Recentelijk bleek, dat ook de onschuldige, Nederlandse kinderen van IS-ouders in Syrische vluchtelingenkampen niet welkom zijn.

Het kabinet, lees de VVD met in het kielzog het CDA, wil kennelijk de PVV en Forum voor Democratie de wind uit de zeilen nemen uit angst voor zetelverlies aan deze partijen. Daarmee legitimeren ze juist de onfrisse standpunten van deze partijen! Van 2010 tot 2012 werd het kabinet van VVD en CDA gedoogd door de PVV, waarbij het PVV-beleid tot regeringsbeleid gemaakt kon worden zonder daarvoor zelf verantwoordelijkheid te hoeven dragen. Nu bestaat in feite een vergelijkbare situatie, waarbij het beleid van de PVV en van Forum door de regering uit angst voor zetelverlies wordt uitgevoerd zonder dat deze partijen daarvoor verantwoordelijk zijn. Partijpolitiek gaat voor medemenselijkheid.

Het kabinet profileert zijn humanitaire beleid het liefst met het uitsturen van het leger voor “vredesmissies” en “humanitaire interventies”, die in de praktijk meestal averechts uitpakken met als gevolg: escalatie van geweld, talloze burgerdoden, ontwrichte landen en miljoenen vluchtelingen.

John Zant, Amsterdam

Placebo-effect versterken bij medicijngebruik

Placebo-effect versterken bij medicijngebruik

Inleiding

Klassieke en operante conditionering spelen een belangrijke rol in het placebo-effect. Het doel van de onderstaande onderzoeksopzet is aan te tonen dat het placebo-effect door conditionering versterkt kan worden. Een geconditioneerde reactie kan door verschillende bekrachtigingsschema’s meer of minder resistent tegen uitdoving worden gemaakt door verschillende bekrachtigingsschema’s toe te passen. Hierdoor kan het mogelijk worden een zelfde effect (geconditioneerde reactie) te bereiken met minder medicatie.

Opzet

Indien het effect onderzocht wordt van medicijn X en placebomiddel Y, is het nodig X, Y of een vermenging van beide zodanig in een capsule samen te stellen, dat de proefpersoon op geen enkele manier vooraf of bij inname van de capsule het verschil tussen de diverse samenstellingen kan waarnemen. Vervolgens kan een volgende onderzoeksopzet worden gemaakt:

Groep 0: krijgt X gedurende de gehele experimentele periode tot Tz

Groep 1: krijgt de eerste week X en daarna Y tot Tz

Groep 2: krijgt de eerste week X en verder de halve dosering X en halve dosering Y tot Tz

Groep 3: krijgt de eerste week X en verder om de dag X of Y

Groep 4: krijgt de eerste week X en daarna Y en op onvoorspelbare momenten soms X tot Tz 

NB een klinisch farmacoloog stelde voor sacharine te gebruiken als placebomiddel

Gedurende de hele experimentele periode tot Tz wordt het doelgedrag/beoogde effect (ongeconditioneerde dan wel geconditioneerde reactie) gemeten.

Hypothesen

  1. Aangezien onvoorspelbare partiele bekrachtiging leidt tot een geconditioneerde reactie die resistenter tegen uitdoving is dan regelmatige partiele bekrachtiging, zal groep 4 beter scoren dan groep 3
  2. De uitdoving zal voor groep 2 en 3 gelijk verlopen, dus groep 2 en 3 zullen gelijk scoren
  3. Bij groep 1 zal snel uitdoving optreden; groep 1 zal lager scoren dan groep 2 en 3
  4. Nulhypothese: Groep 0 is de referentiegroep/controlegroep en zal hoger scoren dan de andere groepen

Ethische dilemma’s

De ethiek vereist dat proefpersonen vooraf volledig worden geinformeerd over doel, opzet en belasting van het experimentele onderzoek. Moeten ze derhalve vooraf te horen krijgen dat ze behalve medicijn X ook placebo Y kunnen krijgen? Deze informatie zou het verwachtingspatroon kunnen beinvloeden ten nadele van het placebo-effect.

De ethiek vereist dat noodzakelijke medicatie aan een client niet mag worden onthouden. Zijn derhalve experimenten met placebo’s onmogelijk bij noodzakelijk geachte medicatie?

Mogelijke toepassingen

De beschreven onderzoeksopzet zou kunnen worden toegepast bij bijvoorbeeld pijnstillers. Het zou mooi zijn als dezelfde pijnstilling bereikt zou kunnen worden met minder pijnstillers dankzij een placebomiddel dat volgens een bepaald conditioneringsschema wordt toegepast.

Een cardioloog suggereerde het pilletje onder de tong (isosorbidedinitraat) in een dergelijke experimentele opzet te betrekken.

Mogelijk kan een heroineverslaving worden aangepakt door heroine volgens een bepaald conditioneringsschema te vervangen door een placebomiddel, waarbij de vraag rijst of de geconditioneerde roes misschien leidt tot een verslaving aan het placebomiddel.

John Zant

maart 2020

reacties:

Beste John,

Veel dank voor deze opzet. Dit ziet er zeker interessant uit. We hebben reeds vergelijkbaar onderzoek gedaan bij RA patiënten op dit gebied, dit werd vanwege een lage instroom uiteindelijk een pilot studie (zie Manai et al 2019)  en op een aantal andere gebieden zijn hier ook studies naar gedaan (zie reviews Smits, 2019 en Tekampe, 2018). Het probleem is vooral dat de werking van de conditionering nogal van het middel en de aandoening kan afhangen, waardoor niet geheel duidelijk is wat de optimale toedieningsvorm. Je probeert dit te omzeilen door verschillende groepen te vergelijken. Dat is altijd mooi, maar ook erg kostbaar met voldoende power. Daarnaast is de METC altijd wel relatief sceptisch tov dit soort onderzoek en kan een aanvraag zo maar 1-2 jaar duren. We hadden ook een protocol bij kinderen met juveniele artritis voor MTX, dat de METC en CCMO helaas niet heeft goedgekeurd, ondanks dat we financiering hadden van het Reumafonds en de kinderreumatologen dit heel graag wilden (zie Smits), 2020. Dus, dit soort onderzoek heeft nogal wat voeten in de aarde. Desalniettemin is het zeker erg fascinerend en zullen we zeker ook nog in de toekomst weer een soortgelijk onderzoek opzetten. Je ideeën hierin zijn zeker heel bruikbaar. Ik voeg ook een aantal artikelen van ons bij op dit gebied ter informatie.

Hartelijke groet, A.

Beste A,

Dank voor je belangstellende reactie. En dank voor de interessante artikelen.

Al decennia lang struikelen onderzoekers in binnen- en buitenland over de ethische bezwaren die aan placebo-onderzoek kleven. Anderzijds zou, als placebo eens grondig onderzocht zou kunnen worden, de winst voor de gezondheidszorg gigantisch zijn door reductie van medicijngebruik en de bijwerkingen ervan. (Overigens vraag ik me nog steeds af of met de gewenste geconditioneerde reactie ook de schadelijke bijwerkingen worden geconditioneerd.)

Wordt het niet eens tijd dat jij, een gerenommeerd onderzoeker op dit gebied, met METC en CCMO om de tafel gaan zitten om dit dilemma te bespreken en gezamenlijk te zoeken naar onderzoeksmogelijkheden? Ik ben natuurlijk niet op de hoogte van alle pogingen die reeds in deze richting zijn gedaan.

Je noemt een onderzoeksopzet met verschillende groepen mooi maar ook kostbaar. Met de (…) op zak heb je bij uitstek de gelegenheid eens een grootschaliger fundamenteel onderzoek bij de kop te pakken. Een mogelijkheid zou placebo-onderzoek met pijnstillers kunnen zijn. Dergelijk onderzoek levert bijna altijd grote aantallen proefpersonen op en ligt ethisch bezien niet al te ingewikkeld, omdat pijnstillers niet als onmisbare medicatie gelden. (De beste stuurlui staan aan wal….)

Hartelijke groet,

John

Beste John,

Dank voor je commentaar. Ik ben idd aan het overwegen om een soortgelijk onderzoek mogelijk met de (…) te doen, maar ben nog erg aan het nadenken bij welke patientengroep met welk middel welk design dan mogelijk veelbelovend en ook haalbaar zou kunnen zijn, zeker gezien de ethische commissies ook steeds strenger worden. Mooi dat je hier ook enthousiast over bent. Op dit moment heeft dit gezien alle andere drukte alleen even geen prioriteit. Op een later moment kom ik er graag nog een keer op terug.

Vriendelijke groet, A.

Nationalisme en Algemeen Belang

Nationalisme en Algemeen Belang

Egocentrisme en Algemeen Belang

Van egocentrisme wordt gesproken als iemand zijn eigen visie en belangen centraal stelt. Dat gaat vaak samen met een verminderd vermogen zich te verplaatsen in de standpunten en gevoelens van anderen – een gebrek aan empathie. Als iedereen op de wereld zich louter egocentrisch zou gedragen, zou er geen liefde, vriendschap of samenwerking kunnen bestaan. Met louter egocentrisme doet een mens zichzelf tekort, want juist in liefde, vriendschap en samenwerking vindt een mens meerwaarde in zijn eigen leven. Rekening houden met anderen, juist vanwege liefde, vriendschap en samenwerking, zou men in die zin een vorm van eigen belang kunnen noemen. Er is niets mis met het goed zorgen voor jezelf en je dierbaren. Maar een relatie kan alleen goed functioneren als er sprake is van geven en nemen. Het is noodzakelijk rekening te houden met de standpunten en gevoelens van de anderen.

“Nationalisme en Algemeen Belang” verder lezen

De Methodologie van de Oorlog

De Methodologie van de Oorlog

Het perspectief van de burger

Wie is mijn vijand? Mijn vijand is degene die mij of mijn dierbaren opzettelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen; het is ook degene die de persoonlijke levenssfeer van mij of van mijn dierbaren schaadt of dreigt te schaden, waarbij levenssfeer zoiets is als vrijheid van denken spreken en handelen (met de aantekening dat mijn vrijheid niet ten koste van die van een ander zou moeten gaan).

Mijn dierbaren en ik/ik en mijn dierbaren vormen een wij-groep in engere zin: wij hebben een persoonlijke, emotionele band met elkaar. Er zijn ook wij-groepen in ruimere zin: buurtgenoten, clubgenoten, collega’s, stadgenoten, streekgenoten, landgenoten, werelddeelgenoten, wereldburgers. Zijn degenen die een van mijn wij-groepsleden in ruimere zin belagen, ook mijn vijanden? In mijn gevoel niet. Maar ik weet dat veel anderen daar andere gevoelens en ideeën bij hebben dan ik. Wel vind ik dat daar door het door mij gekozen gezag tegen opgetreden dient te worden, waarbij het gezag een op goede rechtsbeginselen georganiseerde en gecontroleerde organisatie (politie) moet zijn.

Zijn degenen die door mij gekozen vertegenwoordigers belagen, mijn vijand?

In zekere zin wel, als direct of indirect de levenssfeer van mij en mijn dierbaren bedreigd wordt.

Als een gek onze minister-president vermoordt, beschouw ik die niet als vijand.

Als een leider van een ander land de opdrachtgever is van een aanslag met als doel de samenleving te destabiliseren, dan beschouw ik de opdrachtgever als vijand, meer nog dan de dader zelf.

Zijn de soldaten van een vijandelijk leger mijn vijand? De meeste mensen zullen volmondig met ja antwoorden. Ik twijfel. Natuurlijk is degene die een geweer op mij richt mijn vijand.

Maar stel, dat zijn leider en mijn leider ruzie hebben en hebben besloten die met een oorlog uit te vechten. Ik zit in de ene schuilplaats en de soldaat van de tegenpartij in een andere schuilplaats, zo’n 100 meter verderop. Ik heb nog nooit iemand gedood of willen doden; hij ook niet. We kennen elkaar niet en hebben elkaar nog nooit een strobreed in de weg gelegd. Moeten wij nu op elkaar gaan schieten?

Ik gebruik hier het woord “wij” voor de vijandelijke soldaat en mijzelf; we zijn lotgenoten die met angst en vreze huis en haard hebben verlaten, omdat we de opdracht hebben gekregen de ruzie tussen onze leiders door middel van een oorlog uit te vechten. Wij hebben geen ruzie; we zijn eigenlijk geen vijanden van elkaar. Toch schiet ik misschien, ook al doe ik dat liever niet, uit angst dat de ander misschien schiet, ook uit angst; dan kun je maar beter het eerst schieten en schiet je iemand neer die je niet kent en die je nooit kwaad heeft gedaan, of je treft toevallig een voorbij lopende vrouw met kind, en dat heet dan “collateral damage”.

Hoe kun je jezelf nog recht in de ogen kijken als je geschoten hebt op mensen die je niet kent en die je nooit iets misdaan hebben, maar die je leider “vijanden” noemt?

Misschien is de werkelijke vijand niet die bange onbekende soldaat in die andere schuilplaats, maar is mijn echte vijand degene die mij beveelt op een onschuldige medemens te schieten en is zijn echte vijand degene die hem beveelt op mij te schieten.

Als alle soldaten in plaats van te schieten op de benoemde vijand hun eigen leider aanklagen wegens aanzetten tot moord, is er nooit meer oorlog.

Het perspectief van de leider

De geschiedenis van de mensheid lijkt voor het grootste deel uit oorlogen te bestaan met vele miljoenen doden, gewonden, getraumatiseerden, van hun bezit en bestaansmiddelen beroofden en ontheemden. Van deze lange geschiedenis wordt echter weinig geleerd. Beschaafde mensen moeten in staat geacht worden zelfs de meest ingewikkelde tegenstellingen met praten en compromissen te kunnen oplossen. Beschaafde leiders leggen hun onderlinge conflicten, waar ze met overleggen niet uitkomen, voor aan het Internationaal Gerechtshof.

Echter, de leiders van machts-economische elites, met hun zorgvuldig gekoesterde nationaal-chauvinistische xenofobieën, pakken hun onderlinge belangentegenstellingen liever in oorlogen aan met als doelen: het draaiende houden van de lucratieve oorlogsindustrie, het beheersen van de fossiele energiebronnen of het stillen van megalomane machtshonger. Het volk is gemakkelijk angstig te maken met uit zijn verband gerukte, verzonnen of geënsceneerde dreigende gebeurtenissen. En het is vanuit die aangewakkerde angst binnen de door de leider benoemde hogere waarden (op zogenaamd religieuze, ideologische en humanitaire gronden) gemakkelijk tot de tunnelvisie te brengen dat oorlog de enige oplossing is en dat het volk vooral achter de leider moet gaan staan. Alle oorlogen worden aangegaan volgens een zelfde methodologie. Als we ons die bewust zijn, kunnen we het aandringen op een oorlog door onze leiders misschien tijdig herkennen en er een stokje voor steken.

Methodologie van de oorlog:

  1. benoem een vijand (bijv. communisten, joden of moslimextremisten waarbij je de toevoeging extremisten al snel kunt weglaten om meer vijanden te hebben)
  1. maak het volk bang voor de gekozen “vijand” (van diaboliseren tot geënsceneerde aanslagen)
  2. beroep je op grootse waarden van religieuze, ideologische of humanitaire aard (leugens en “dubbelspraak”)
  3. breng het volk tot de tunnelvisie dat gewapend ingrijpen de enige oplossing is
  4. zet bondgenoten onder druk om mee te doen (‘wie niet met mij is, is tegen mij’)

Tot slot

Elke gewonnen oorlog is een pyrrusoverwinning: ieder geweld roept de frustratie en weerstand op die vroeg of laat leiden tot het volgende geweld.

Oorlog heeft alles te maken met macht en geld van een elite en heeft niets te maken met idealen en hogere waarden.

Wie op bevel schiet op een persoon die je nooit iets heeft misdaan, maar die tot vijand is benoemd, is een misdadiger. De wroeging die veel soldaten na de oorlog ervaren, bewijst dat ze dat zelf ook zo zien.

Wie gelooft in een rechtvaardige oorlog of in een vredesoorlog, gelooft ook dat zwart wit is.

John Zant

noot: “De Methodologie van de Oorlog” is een bewerking van mijn artikelenreeks “Angst, Macht en Geweld” die in 2009 is gepubliceerd in het VredesMagazine nrs. 1, 2 en 3.

noot: dit artikel is opgenomen in het boek: “De Boemerang van het Geweld”, Rotterdam, Huis van Erasmus, 2016, uitgegeven in het kader van het Erasmusjaar

Burgerschapsvorming in het onderwijs

Structuur en algemene inhoud van het burgerschapscurriculum

Dit is mijn feedback op het 5e tussentijds rapport van het Ontwikkelteam Burgerschap in het kader van curriculum.nu.

De belangrijkste inhoudelijke aspecten van burgerschapsonderwijs zijn m.i. wel in het conceptvoorstel terecht gekomen. Dat is het voordeel als vele partijen en individuen hun visie daarop mogen geven. Een groot probleem bij die diverse en massale input is een logische en sluitende structuur te construeren die alle inhoudelijke input een coherente plaats biedt en die operationalisatie naar een werkbaar curriculum mogelijk maakt. De voorgestelde structuur gaat uit van een visie waarin een waardesysteem de basis vormt van waaruit kinderen moeten leren omgaan met essentiële maatschappelijke situaties en ontwikkelingen. Daartoe worden hoofddoelen geformuleerd (Grote Opdrachten). Voor die hoofddoelen zijn Brede Vaardigheden vereist die worden gespecificeerd in Burgerschapsvormende Denk- en Werkwijzen per ontwikkelingsniveau (Bouw). Dus:

  1. Waardesysteem
  2. Maatschappelijk Essentiële Onderwerpen
  3. Hoofddoelen (Grote Opdrachten)
  4. Brede Vaardigheden
  5. Burgerschapsvormende Denk- en Werkwijzen (per Bouw)

Op zich lijkt dit een goede en werkzame uitwerking van visie naar benodigde vaardigheden.

“Burgerschapsvorming in het onderwijs” verder lezen