Verwondering en verontrusting
1. Museumbezoek
Let u ook wel eens op bezoekers van een museum waar een wijsneus zich geroepen voelt al wijzend uitleg te verschaffen aan zijn gezelschap, dat dan -al dan niet zuchtend- wijsneus de kennelijk broodnodige bevestiging verschaft?
2. Lichaamsmode
Is het niet verbazingwekkend dat mensen zich de laatste tijd massaal laten tatoeëren en daar met bijpassende open kledij mee menen te pronken? Tijdens het daten is het hebben van tatoeëringen ongeveer de eerste en -zo lijkt het- de belangrijkste toetssteen. Kennelijk is men massaal ontevreden over het eigen lichaam en voelt men zich genoodzaakt te voldoen aan dit modieuze beeld van stoerheid. De afbeeldingen en teksten getuigen van sentimentele kitsch waarmee geen mens thuis de muur zou willen opsieren, maar waarmee men zich wel permanent het lichaam laat bekrassen.
3. Sportliefde
De sportliefhebber wordt deze zomer maar verwend met het EK voetbal, de Tour de France en de Olympische Spelen. Een opvallende uiting van sportliefde is de “oranjegekte”. Het maakt daarbij niet uit welke sport het betreft, en of de kwaliteit van de bedreven sport het aanzien waard is, als Nederland maar wint! Sport is verworden tot puur nationalisme en tribalisme. Met de tegenstander desnoods op de vuist, als “wij” maar winnen. Sport zonder rellen, politie-ingrijpen en miljoenen kostende beveiliging is niet meer van deze tijd. De Olympische gedachte, dat sport zou moeten verbroederen en dat het om schoonheid van de sport zou kunnen gaan, is verdampt in een commerciële en nationalistische strijd om koste-wat-kost te winnen. Hoe kan het dat een jongetje van 8 jaar oud in een voetbalwedstrijd 5 doelpunten maakt en de sterren van de hemel speelt, maar na afloop in huilen uitbarst, omdat ze met 10-5 verloren hebben? Kinderen worden al vroeg geïndoctrineerd met het idee, dat winnen belangrijker is dan lekker samen spelen.
NB niet geplaatst
John Zant, Amsterdam
