Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw

Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw -stellingen-

  1. Religies, ideologieën en ethniciteit zijn voor machthebbers/zoekers middelen bij uitstek om het volk te mobiliseren en voor het karretje van hun eigen economische en machtsdoelstellingen te spannen. Sommige van de religieuze, ideologische en ethnische conflicten zijn georganiseerd door een machthebber/zoeker die groeperingen, die voorheen altijd vreedzaam met elkaar leefden, tegen elkaar heeft opgezet voor eigen doeleinden. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  2. Naast veroordeling en bestrijding van terrorisme dient ook aandacht te worden besteed aan de terrorisme-genererende rol van degene die zich terrorisme-bestrijder noemt. Sommige landen voeren militaire acties uit op het grondgebied van een ander land met allerlei nobele officiële doelen, maar in feite om de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. De vraag is of het verzet daartegen terrorisme genoemd moet worden en voor zover dat wel geschiedt of er geen sprake is van een zekere hypocrisie. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  3. Humanitaire interventie en responsibility to protect zijn op zich nobele doelstellingen. De vaststelling van de criteria waaronder dergelijke maatregelen gerechtvaardigd zijn, is een complexe zaak. In sommige gevallen wordt er gesproken van humanitaire interventie of van responsibility to protect, terwijl deze termen slechts als dekmantel fungeren om op andermans grondgebied de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  4. Bij het te hulp schieten van een bevolkingsgroep in nood spelen behalve de nobele doelen soms ook andere factoren een rol, zoals de prioriteitsstelling van de Verenigde Staten, eigen economische en strategische belangen, de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. De prioriteitsstelling van de geboden hulp aan een bepaalde bevolkingsgroep heeft vaak minder te maken met de daadwerkelijke noden van de betreffende bevolkingsgroep als wel met de belangen en prioriteiten van de hulpverlenende landen. Zo gebeurt het vaak, dat andere bevolkingsgroepen met vergelijkbare of zelfs ernstiger noden, van hulp verstoken blijven, omdat deze bevolkingsgroepen voor de hulpverlenende landen niet van economisch of strategisch belang zijn. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken.
  5. In het kader van lange termijn beleid voor de 21e eeuw zal een verschuiving teweeg gebracht dienen te worden van korte termijn beleid gericht op het eigen economisch en strategisch belang naar het nemen van verantwoordelijkheid als wereldburgers met als uitgangspunt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Een bruikbaar motto kan aan Floor Wibaut worden ontleend: “Er is maar één land, de aarde; er is maar één volk, de mens; er is maar één geloof, de liefde”.
  6. Voor de 21e eeuw bezint ook het Nederlandse leger zich op de te vervullen rol; er zou een evolutie in gang gezet kunnen worden van verdediging van het eigen landsbelang, via verdediging van het belang van de NAVO-bondgenoten, via de verdediging van het belang van de Europese landen, naar het uitsluitend leveren van personele en materiële bijdragen aan een toekomstige wereldpolitiemacht onder auspiciën van de Verenigde Naties.
  7. Ieder bedrijfstak heeft te maken met de markt: vraag en aanbod. Als de vraag afneemt, doet een bedrijf er alles aan de vraag te stimuleren, door reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product. De wapenindustrie is, economisch gezien, voor veel landen een factor van groot belang (Nederland hoort tot de top 10 van wapenexporterende landen). Als er op grote schaal door regeringen wordt bezuinigd op defensie-uitgaven, neemt de vraag af en probeert de wapenindustrie met reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product, de vraag te stimuleren. Als het overal vrede zou zijn, zou de wapenindustrie instorten en zouden diverse landen daardoor grote economische problemen krijgen. Daarom wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de vraag te stimuleren, misschien, als er vrede dreigt, zelfs door het creëren van een oorlog als daarmee de economisch zo belangrijke bedrijfstak gehandhaafd kan worden. Alle ethische afspraken ten spijt zullen er wapens geleverd blijven worden aan vriend en vijand in een oorlogsconflict, rechtstreeks of via een bevriend ander land. Machthebbers/zoekers worden op hun wenken bediend. Handel is handel. De fabrikant acht zich niet verantwoordelijk voor het gebruik van zijn producten. Zolang de wapenindustrie winst moet maken, zal er altijd oorlog blijven.
  8. Scholing voor alle kinderen in de wereld is voorwaarde scheppend voor vrede en veiligheid. Daarbij dient het onderwijs zich niet te beperken tot het aanleren van taal- en rekenvaardigheden, maar dient het onderwijs zich tevens te richten op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden die nodig zijn voor goed burgerschap. Kinderen leren omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met dreigen en geweld, kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen en zo nodig te nemen, kinderen leren wat de meerwaarde is van samenwerken, zijn essentiële vaardigheden voor de opbouw van een vreedzame samenleving. Staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker reageerde op 16-12-2013 in de Tweede Kamer op het rapport van de Onderwijsraad “Verder met burgerschap in het onderwijs” en concludeerde: “Burgerschap behoort tot de kerntaken van het onderwijs”. Een bruikbaar motto kan aan Micha de Winter worden ontleend: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding”.

John Zant

Vrede en Veiligheid in de 21e eeuw, reacties van Harry van Bommel (*) -stellingen-

1. Religies, ideologieën en etniciteit zijn voor machthebbers/zoekers middelen bij uitstek om het volk te mobiliseren en voor het karretje van hun eigen economische en machtsdoelstellingen te spannen. Sommige van de religieuze, ideologische en etnische conflicten zijn georganiseerd door een machthebber/zoeker die groeperingen, die voorheen altijd vreedzaam met elkaar leefden, tegen elkaar heeft opgezet voor eigen doeleinden. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Ik ben het met u eens dat onder meer aspecten van religies, ideologieën en etniciteit door leiders misbruikt kunnen worden om bevolkingen tegen elkaar op te zetten. Dat is zeer kwalijk en verdient inderdaad aandacht in analyses die worden gemaakt. Sociaal-economische aspecten worden geregeld onderbelicht in analyses.

2. Naast veroordeling en bestrijding van terrorisme dient ook aandacht te worden besteed aan de terrorisme-genererende rol van degene die zich terrorisme-bestrijder noemt. Sommige landen voeren militaire acties uit op het grondgebied van een ander land met allerlei nobele officiële doelen, maar in feite om de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. De vraag is of het verzet daartegen terrorisme genoemd moet worden en voor zover dat wel geschiedt of er geen sprake is van een zekere hypocrisie. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Opnieuw ben ik het met u eens dat er te weinig aandacht is voor het gegeven dat terreurbestrijding bij kan dragen aan het creëren van potentiële nieuwe terroristen. De Amerikaanse drone-oorlog in bijvoorbeeld Pakistan en Jemen is hier een goed voorbeeld van. Voor elke vermeende terrorist die met de aanvallen vanuit deze onbemande vliegtuigen wordt gedood, staan er twee mensen op die zinnen op wraak.

3. Humanitaire interventie en responsibility to protect zijn op zich nobele doelstellingen. De vaststelling van de criteria waaronder dergelijke maatregelen gerechtvaardigd zijn, is een complexe zaak. In sommige gevallen wordt er gesproken van humanitaire interventie of van responsibility to protect, terwijl deze termen slechts als dekmantel fungeren om op andermans grondgebied de eigen economische en strategische belangen veilig te stellen. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Het wordt eentonig, maar ik ben het opnieuw met u eens. Dit is ook de reden dat er buiten de westerse wereld zo’n wantrouwen heerst tegen deze begrippen. Ik ben ook van mening dat de verantwoordelijkheid te beschermen tijdens de NAVO-missie in Libië is misbruikt om het regime af te zetten. De Libië-oorlog verklaart deels de grote weerstand die nu bestaat tegen deze, op zichzelf zeer nobele begrippen. Op 9 april heb ik een gesprek met de hoogste verantwoordelijke bij de VN voor het concept R2P. Daar zal ik dit aan de orde stellen.

4. Bij het te hulp schieten van een bevolkingsgroep in nood spelen behalve de nobele doelen soms ook andere factoren een rol, zoals de prioriteitsstelling van de Verenigde Staten, eigen economische en strategische belangen, de waan van de dag in de media, collectieve bewustzijnsvernauwing, etc. De prioriteitsstelling van de geboden hulp aan een bepaalde bevolkingsgroep heeft vaak minder te maken met de daadwerkelijke noden van de betreffende bevolkingsgroep als wel met de belangen en prioriteiten van de hulpverlenende landen. Zo gebeurt het vaak, dat andere bevolkingsgroepen met vergelijkbare of zelfs ernstiger noden, van hulp verstoken blijven, omdat deze bevolkingsgroepen voor de hulpverlenende landen niet van economisch of strategisch belang zijn. Dit aspect wordt te weinig in de analyses betrokken. *Deze discussie speelde ook toen Nederland besloot mee te doen aan de VN-missie in Mali. In de Centraal-Afrikaanse Republiek brak toen ook een hoop onrust uit, maar er lijkt minder animo hier in te grijpen. Dat komt niet doordat de gruwelijkheden in dat land minder ernstig zijn.

5. In het kader van lange termijn beleid voor de 21e eeuw zal een verschuiving teweeg gebracht dienen te worden van korte termijn beleid gericht op het eigen economisch en strategisch belang naar het nemen van verantwoordelijkheid als wereldburgers met als uitgangspunt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Een bruikbaar motto kan aan Floor Wibaut worden ontleend: “Er is maar één land, de aarde; er is maar één volk, de mens; er is maar één geloof, de liefde”. *Ik hoop zeer dat het staten in de 21e eeuw beter zal lukken om in het buitenlands beleid te opereren op basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN. De SP zal hier in ieder geval op aan blijven dringen.

6. Voor de 21e eeuw bezint ook het Nederlandse leger zich op de te vervullen rol; er zou een evolutie in gang gezet kunnen worden van verdediging van het eigen landsbelang, via verdediging van het belang van de NAVO-bondgenoten, via de verdediging van het belang van de Europese landen, naar het uitsluitend leveren van personele en materiële bijdragen aan een toekomstige wereldpolitiemacht onder auspiciën van de Verenigde Naties. *De SP is tegen buitenlandse missies als een volkenrechtelijk mandaat van de VN hiervoor ontbreekt. Daarnaast moet opgepast worden dat de nationale soevereiniteit niet wordt ondermijnd door militair optreden in EU-verband. Vanwege zorgen hierover staat de SP op de rem aangaande militaire samenwerking op EU-niveau.

7. Ieder bedrijfstak heeft te maken met de markt: vraag en aanbod. Als de vraag afneemt, doet een bedrijf er alles aan de vraag te stimuleren, door reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product. De wapenindustrie is, economisch gezien, voor veel landen een factor van groot belang (Nederland hoort tot de top 10 van wapenexporterende landen). Als er op grote schaal door regeringen wordt bezuinigd op defensie-uitgaven, neemt de vraag af en probeert de wapenindustrie met reclame, nieuwe en betere producten en het kweken van behoeften aan het product, de vraag te stimuleren. Als het overal vrede zou zijn, zou de wapenindustrie instorten en zouden diverse landen daardoor grote economische problemen krijgen. Daarom wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de vraag te stimuleren, misschien, als er vrede dreigt, zelfs door het creëren van een oorlog als daarmee de economisch zo belangrijke bedrijfstak gehandhaafd kan worden. Alle ethische afspraken ten spijt zullen er wapens geleverd blijven worden aan vriend en vijand in een oorlogsconflict, rechtstreeks of via een bevriend ander land. Machthebbers/zoekers worden op hun wenken bediend. Handel is handel. De fabrikant acht zich niet verantwoordelijk voor het gebruik van zijn producten. Zolang de wapenindustrie winst moet maken, zal er altijd oorlog blijven. *Het is triest, maar de wapenindustrie is er vooral bij gebaat dat geleverde wapens ook daadwerkelijk worden gebruikt. Het is pervers, maar wij kunnen hier de ogen niet voor sluiten. Daarom is het van groot belang dat exportcriteria voor wapenleveranties nauwgezet worden gevolgd. Dat gebeurt te vaak niet. Ook moet illegale wapenhandel worden tegengegaan.

8. Scholing voor alle kinderen in de wereld is voorwaarde scheppend voor vrede en veiligheid. Daarbij dient het onderwijs zich niet te beperken tot het aanleren van taal- en rekenvaardigheden, maar dient het onderwijs zich tevens te richten op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden die nodig zijn voor goed burgerschap. Kinderen leren omgaan met verschillen, tegenstellingen en conflicten anders dan met dreigen en geweld, kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen en zo nodig te nemen, kinderen leren wat de meerwaarde is van samenwerken, zijn essentiële vaardigheden voor de opbouw van een vreedzame samenleving.

Staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker reageerde op 16-12-2013 in de Tweede Kamer op het rapport van de Onderwijsraad “Verder met burgerschap in het onderwijs” en concludeerde: “Burgerschap behoort tot de kerntaken van het onderwijs”. Een bruikbaar motto kan aan Micha de Winter worden ontleend: “Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding”. *Het belang van onderwijs en opvoeding in het voorkomen van (gewapende) conflicten is inderdaad groot. Er is een duidelijke link tussen vrede en veiligheid en goed onderwijs.

*Reacties van Harry van Bommel, buitenlandspecialist en lid Tweede Kamer voor de SP

Het Westen heeft van het Midden-Oosten een slagveld gemaakt (zie stelling 2)

Opinie Repressie is de gemakkelijkste uitweg, want dan hoeven we het probleem niet bij onszelf te zoeken. Tineke Bennema is historica, gespecialiseerd in het Midden-Oosten 28 oktober 2014. De paniek is toegeslagen in ons land over het beklijvende succes van IS. Vertwijfeld zijn we over de aanpak van de Nederlandse jihadisten. Wel of geen paspoort afpakken, softe of harde benadering, wel of niet de psyche van de jihadist proberen te doorgronden? We kunnen maar geen greep krijgen op dit succesvolle fonkelnieuwe fenomeen. Maar angst en twijfel zullen eerder leiden tot meer aantrekkingskracht van het zogenaamde kalifaat dan de verdelging ervan. Dat komt doordat we de oorzaken verkeerd analyseren. Onze analyse van het conflict raakt niet de kern, omdat dat deels in het Westen zelf ligt. De bron van dit islamitische fascisme is een dodelijke combinatie van gevoelens van misplaatste religieuze superioriteit gebaseerd op het verleden en een politieke minderwaardigheid ten opzichte van het Westen. De zogenaamde IS is de etter op de wond die het Westen het Midden-Oosten heeft toegebracht. We steunden Saddam Hussein vanwege de olie, we bombardeerden hem tot drie keer toe toen hij onze economische belangen op het spel zette Ondanks de direct na 11 september 2001 met veel bombarie gedane beloften dat het Westen geen kruistocht tegen moslims zou houden en dat de welvaart eerlijk verdeeld moest worden, is het Westen gewoon doorgegaan met zijn traditionele buitenlandse politiek in het Midden-Oosten die ten koste gaat van de bevolking. Sinds de Eerste Wereldoorlog en het Sykes-Picotverdrag, waarin westerse strategische en oliebelangen centraal staan, hebben we er verdeel- en heers toegepast. We deelden het Ottomaanse Rijk op in stukjes, waar koningen op door Engeland en Frankijk gecreëerde tronen werden geplaatst. We maakten monsters van hun dictatoriale opvolgers, terwijl we wisten dat ze zich schuldig maakten aan mensenrechtenschendingen. We steunden Saddam Hussein vanwege de olie, we bombardeerden hem tot drie keer toe toen hij onze economische belangen op het spel zette. Daarna steunden we zijn opvolger al-Maliki van wie we wisten dat hij de sjiieten bevoordeelde boven de soennieten. En nu hebben we handlangers gevonden in de Koerden die de aanhangers van onze oorspronkelijke vriend Saddam weer een kop kleiner moeten maken (de berichten over mensenrechtenschendingen zijn er al). Evenmin legden we de Assads een strobreed in de weg. Maar toen de Syrische rebellen ons om hulp smeekten, gaven we niet thuis. En bij al dat bloedvergieten vroegen we ons vertwijfeld af waarom Syriërs en Iraki’s elkaar te lijf gingen. Het Westen heeft van het Midden-Oosten een slagveld gemaakt waar de wet van de jungle regeert, gehandhaafd met onze wapens. Er is ondanks onze ontkenning discriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven, er zijn zwarte en witte scholen In een recenter verleden heeft Nederland een binnenlandse politiek gevoerd die gericht is geweest op repressie van moslims, van voortdurende beperking van hun godsdienst-uiting. Moslims moeten aanvallen pareren op het dragen van hoofddoeken of burka’s, op gebruiken als ritueel slachten en besnijdenis, op moskeeën en de bouw ervan. Ons land heeft bar weinig gedaan om moslims (eerste en volgende generaties) te beschermen en hen te laten voelen dat zij een nieuw, gewenst deel uitmaken van de samenleving. Er is ondanks onze ontkenning discriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven, er zijn zwarte en witte scholen. En alsof dat niet genoeg is, wordt nu geëist dat moslims zich distantiëren van IS en zij worden dus mede verantwoordelijk gehouden. Het is een gemakkelijke manier van veel prominenten en politici om zelf geen enkele verantwoordelijkheid te nemen voor de populariteit van IS bij jongeren. Het zijn namelijk ook ónze jongeren, want hier opgegroeid. Het past in de westerse teneur om van deze hele groep, van deze religie een moloch te maken en deze op een vernederende manier uit te sluiten. Politici bereiken veel meer als ze laten weten dat de islam een onlosmakelijk deel van onze samenleving uitmaakt Wat moeten we na deze introspectie concreet veranderen? De maatregelen van Opstelten en het kabinet zijn repressief. Repressie is de gemakkelijkste weg, doordat we het probleem niet bij onszelf hoeven zoeken. Maar trek je het paspoort in van een mogelijke jihadist, dan zullen zijn tien vrienden hierover woedend zijn en maak je IS nog groter. Politici bereiken veel meer als ze laten weten dat de islam een onlosmakelijk deel van onze samenleving uitmaakt. Dat moslims hier een toekomst hebben. De uitspraken van Rutte over Ahmed met zijn onderneming, zijn paternalistisch, maar hebben wel die toon van omarming in zich die hard nodig is. De rotte appels in de moslimwereld zullen door moslims zelf worden uitgestoten, als dezen het gevoel hebben eindelijk als gelijken te worden behandeld. Verder zou onze buitenlandse politiek de aantrekkingskracht van jihadisme sterk verminderen als we eens luisteren naar wat de Arabische volkeren zelf willen. Alleen repressie en bombardementen zijn symboolpolitiek, zij maken de door het Westen aangebrachte wond alleen groter.

Wat nu in Syrie?

Wat nu in Syrie?

  1. Irak en Afghanistan zijn na interventie van buitenaf in een bloedige burgeroorlog terecht gekomen zonder dat de oorspronkelijke doelen van die interventies zijn bereikt (het van het toneel verdwijnen van Saddam, die overigens tot kort voor de interventie werd bewapend door westerse landen, was een morele opsteker voor de VS, maar heeft voor de Irakezen geen positieve verandering teweeg gebracht).
  2. Wapens importeren leidt ertoe dat nog meer mensen ongecontroleerd wapens kunnen gebruiken, tot nog meer doden; bovendien is het moeilijk uit te maken wie dan wel met extra wapens gesteund zou moeten worden; dus de EU heeft terecht een wapenembargo afgekondigd.
  3. Nu er gifgasdoden vallen is iedereen moreel verontwaardigd; het feit dat al duizenden burgers door bommen, kogels, marteling etc. om het leven zijn gekomen is kennelijk minder erg: dat vind ik hypocrisie.
  4. Mensen i.h.a. vinden het bijna onverdraaglijk als er een probleem is waar vooralsnog geen oplossing voor is; men voelt zich ongemakkelijk en zelfs schuldig; men kiest dan liever voor een schijnoplossing, interventie, om in godsnaam toch maar iets te doen; maar nogmaals het middel is erger dan de kwaal! De gifgasaanval is de lang verbeide casus belli, dit keer “rode lijn” genoemd, een drogreden om militair in te grijpen.
  5. We hebben afgesproken dat militair ingrijpen alleen door de VN mag worden besloten; als de VN geen besluit neemt, kun je daar gefrustreerd op reageren en buiten de VN om toch een militaire operatie op touw zetten: je diskwalificeert daarmee ons kostbaarste wereldgoed, de VN. Democratie werkt zo, dat je de afgesproken procedures volgt, ook al is de uitkomst je niet welgevallig. Het wordt overigens wel tijd dat de samenstelling van de Veiligheidsraad en de wijze van stemmen worden hervormd, zodat de samenstelling evenwichtiger is en er niet 1 land kan zijn dat de besluitvorming blokkeert. Als je kritiek hebt op de VN, zorg dan dat de nodige hervormingen binnen de VN worden gerealiseerd, maar passeer de VN niet, want je haalt de democratische besluitvorming geheel onderuit. (Een democratisch gekozen president Morsi, mag niet door het leger worden afgezet, al is hij nog zo’n slechte president; bij de volgende verkiezingen kan het volk bepalen wat ze verder met Morsi willen; je kunt de democratische spelregels die je hebt afgesproken niet opzij zetten als de resultaten je op een bepaald niet bevallen; je protesteert, een democratisch recht, je overlegt, en je brengt je stem uit bij de volgende verkiezingen). Overigens heeft Rusland gelijk: militair ingrijpen werkt contraproductief.
  6. Wat moeten we dan???? Voor de burgeroorlog op zich kan op dit moment geen zinnige oplossing worden geleverd. We moeten helaas met lede ogen toezien hoe strijdende partijen binnen Syrië elkaar vermoorden. De wapensteun van andere landen, zoals Saoedi Arabië, moet met alle kracht worden gestopt. De enige oplossing kan aan de onderhandelingstafel worden gevonden. Vooralsnog kunnen alle militaire gelden het best worden besteed aan menswaardige opvang van de vele vluchtelingen.
  7. De VS, Rusland, China en Saoedi Arabië hebben de politieke en economisch macht om het regime van Assad te dwingen gewapend optreden te stoppen en aan de onderhandelingstafel plaats te nemen.

Hoe het Westen met twee maten meet

Hoe het Westen met twee maten meet

De Westerse landen hebben een merkwaardig gevoel van superioriteit ten opzichte van niet- Westerse landen, waardoor ze zich gerechtigd voelen om uit strategische en economische motieven voortdurend invloed te verwerven in landen waar ze niet thuis horen. In dat kader wordt verzet vanuit die overheerste, uitgebuite en door het Westen vaak van een corrupte marionettenregering voorziene landen geduid als terrorisme.

Het Westen mag alles:

  • Atoombommen gooien op steden met vrijwel uitsluitend burgerslachtoffers; dat heet dan bevrijding in plaats van genocide
  • Israël wel illegale kernwapens toestaan uit “zelfverdediging”, maar Iran niet, want die behoort tot de as van het kwaad, vormt een bedreiging voor de vrede en heeft kennelijk geen recht op zo’n soort “zelfverdediging”
  • Oorlog voeren in andere landen om de Westerse wereld te beschermen tegen communisten, islamisten, etc. als dekmantel voor strategische en economische motieven
  • Burgers ombrengen in andere landen en dat afdoen als collateral damage bij het nastreven van een “nobel” doel
  • Manipuleren met taal: Wat wij doen is goed en als anderen dat niet goed vinden en zich verzetten, noemen we dat terrorisme
  • In andere landen iedereen, vriend en vijand, afluisteren; dat heet geen misdaad, geen hoogverraad van vriendschappelijke betrekkingen, geen spionage of diefstal van staats/bedrijfs/privé geheimen, maar dat heet een veiligheidsmaatregel
  • Liegen in de Veiligheidsraad van de VN en ermee wegkomen
  • Etc.

    Dus: Vanuit het “recht” van de sterkste, kan het Westen succesvol meten met twee maten.

    Stelling 2: De grootste bedreiging voor de wereldvrede is de Westerse politiek van overheersing en uitbuiting. Dit gedrag wordt verhuld in allerlei humanitaire termen, in termen van marktwerking of in termen van zelfverdediging; het verzet ertegen wordt terrorisme genoemd, dat uit alle macht bestreden dient te worden

    Stelling 1: Jantje treitert, besteelt en mishandelt Pietje in het geniep; als Pietje daarom boos wordt en zich verweert, roept Jantje: “Meester, Pietje slaat me!” Voor alle duidelijkheid: Elke vorm van geweld van de kant van de zogenoemde terroristen is verwerpelijk; het geweld van de Westerse zogenoemde weldoeners is dat evenzeer onder welke verhullende term het ook wordt gepresenteerd.

Onafhankelijke journalistiek in internationale conflicten

Onafhankelijke journalistiek in internationale conflicten Theorie Onafhankelijke journalistiek is voor de burger onontbeerlijk om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen van wat er speelt in de internationale politiek en in internationale conflicten. De taak van de journalist is hoor en wederhoor plegen, argumenten en tegenargumenten tegenover elkaar blijven zetten, bronnen controleren op betrouwbaarheid. Hij hoort in zijn verslaggeving geen partij te kiezen. De eigen mening van de journalist is irrelevant, tenzij hij nadrukkelijk een opiniërend stuk schrijft. De burger wordt door de media geïnformeerd over internationale situaties en gebeurtenissen waarbij hij zelf niet aanwezig is. Het beeld dat hij zich vormt van die situaties en gebeurtenissen wordt in hoge mate bepaald door de verslaggevende journalist. Ook het beleid van de Nederlandse regering komt via de media tot ons door uitspraken van politici en door de verslagen van de media. De burger krijgt een beeld van de politieke, economische en maatschappelijke werkelijkheid door de bril die hem door de politici en de media op de neus wordt gezet. De journalist hoort geen spreekbuis te zijn van de mening van de hoofdredactie of van de regering of van de legerleiding van het kamp waarmee zijn land verbonden is. Een journalist behoort zich te realiseren dat zijn weergave van de werkelijkheid altijd een selectie is van enkele aspecten uit die complexe werkelijkheid en dat een gebeurtenis nieuws wordt door het als nieuws te presenteren, dus door zijn selectie. Praktijk De media brengen de vaak ingewikkelde politieke gebeurtenissen terug tot gemakkelijk te bevatten categorieën van goed en kwaad. Het gebruik van geweld voor de goede zaak wordt daardoor voor velen acceptabel. Beelden en geschreven teksten kunnen de empathie opwekken voor een bepaalde groep en tegelijkertijd de haat tegen een andere groep aanwakkeren. Uit de WikiLeaks-documenten blijkt dat de overheid en de legerleiding negatieve aspecten van de oorlogen in Irak en Afghanistan weglaten uit de berichtgeving aan de burger. In zijn boek “Het zijn net mensen” laat Joris Luyendijk zien hoe de media een gefilterd, vervormd en gemanipuleerd beeld van de problematiek in het Midden-Oosten geven. De media kunnen zelfs een proces bevorderen, terwijl de intentie juist is dat proces af te remmen en terug te dringen. In het boek “Beyond the UN Charter” (2008) beschrijft Leon Wecke hoe belangrijk beeldvorming is bij het definiëren van de vijand/terrorist en voor de legitimering van een oorlog/ militaire interventie: “The ever present military industrial complex in the USA will necessitate a threat, an enemy, irrespective as to whether the presidents name is Bush or Obama. Legitimizing threats do not necessarily have to be true. Crucial is the fact whether people believe it to be true or not”. “The media may function as simple distributors of arguments, but also –consciously or unconsciously- as co-propagandists and co-misleaders”. De “linkse” media proberen het oprukkend populisme van Wilders te bestrijden zonder kennelijk het effect te beseffen van het feit dat al tijdenlang het merendeel van de artikelen over de Nederlandse politiek over Wilders gaat. Binnen de reclamewereld zou ieder bedrijf zich de vingers aflikken bij zoveel gratis (positieve of negatieve) publiciteit. De media, inclusief de zogenaamde linkse media, bedrijven een extreme vorm van Wilders-promotie. Daarmee is niet gezegd dat Wilders doodgezwegen dient te worden. Je zou haast zeggen dat de media in hun sensatielust het effect van hun handelen uit het oog verloren hebben. Of zijn de serieuze media ook ten prooi aan het populisme gevallen vanwege de kijkcijfers, de oplagecijfers of de advertentie-inkomsten? En wat ook meespeelt: Populariteit is voor een journalist een last en sommigen bezwijken onder hun eigen gewichtigheid. Verschillende waarheden naast elkaar Behalve binnen religies bestaan in het leven geen absolute waarheden. Er bestaan verschillende waarheden, verschillende interpretaties van de werkelijkheid naast elkaar, die elk tot op zekere hoogte waar zijn. In het conflict tussen de Israëliërs en Palestijnen menen beide partijen goede argumenten te hebben om te mogen wonen op hetzelfde grondgebied. Beide partijen ervaren hun argumenten als waar. De twee waarheden zijn en blijven echter onverenigbaar, en het conflict is onoplosbaar zolang de ene partij niet de ervaren waarheid van de andere partij erkent. Eerst het erkennen van elkaars ervaren waarheid opent de weg naar overleg en compromissen. Dit alles nog even los gezien van de invloed van de Verenigde Staten op het in stand houden van het conflict, en niet te vergeten het pro-Israël beleid van de Nederlandse regering. Het Nederlandse veiligheidsdenken in de internationale politiek wordt in hoge mate bepaald door de opvattingen en wensen die de Verenigde Staten hieromtrent hebben. De Nederlandse politici en ook de Nederlandse media zijn sterk geneigd de politieke wereldsituatie te beschouwen door de bril van de Verenigde Staten. Dat geldt bijvoorbeeld ook ten aanzien van Iran. Zou men zich verplaatsen in de positie van Iran, dan zou men zich bedreigd kunnen voelen door Israël dat als enige land in de regio over kernwapens beschikt, en ook door de Verenigde Staten die jarenlang mede Saddam Hoessein hebben bewapend om Iran te bestrijden en die na Irak en Afghanistan bezig zijn Iran als mogelijk nieuw oorlogsgebied aan te merken. Iran zou zich misschien wel tegen deze westerse “agressie” willen wapenen. In de Nederlandse media treffen we echter vooral eenzijdige negatieve berichtgeving over Iran aan en heel weinig over de mogelijk achterliggende motieven (olie, strategische macht) van de Verenigde Staten. Daarmee is dus niet gezegd dat de kritiek op Iran onterecht is. Het heeft lang geduurd voordat men in Nederland het Indonesische vrijheidsstreven als zodanig heeft kunnen erkennen. De vrijheidsstrijders werden in het koloniale denken van de Nederlandse regering en de Nederlandse media gezien als terroristen. En nog steeds kost het de Nederlandse overheid moeite de koloniale bril af te zetten en de gepleegde Nederlandse oorlogsmisdaden te erkennen. Belangen en waarheden In een interview (VredesMagazine, 2, 2009) geeft Rob de Wijk aan dat er grote verschillen zijn tussen de officiële en de werkelijke doelen van het westerse militaire optreden in Irak en Afghanistan. Om de bevolking te winnen voor het binnenvallen van Irak werden eerst als officiële redenen geformuleerd het verdrijven van de tiran Saddam die banden met al-Qaida onderhield en het stoppen van de productie van massavernietigingswapens; toen deze beide redenen aantoonbaar onjuist bleken, werd het brengen van democratie als officieel doel opgeworpen. Hij zegt: “Het brengen van democratie is onzin; dat kan niet; maar het is wel een goed argument om de bevolking mee te krijgen”. En dat terwijl de eigenlijke doelen de controle over de olietoevoer betroffen en de versterking van de militair-strategische positie in het Midden-Oosten. Maar om die redenen zou de bevolking nooit hebben ingestemd met militair ingrijpen. Dat zelfde geldt volgens hem voor Afghanistan: Na de ervaring in Irak zou het Nederlandse volk nooit hebben ingestemd met een militaire interventie tegen de Taliban, al-Qaida en de opleidingscentra voor terroristen. “Daarom heeft de Nederlandse regering het als een humanitaire missie gepresenteerd.” Voorts zegt hij: “Hoofddoel is het besluit tot interventie aanvaard te krijgen en daarom gebruik je die argumenten waardoor je denkt de bevolking mee te krijgen.” In een artikel van Christa Meindersma (de Volkskrant 6-11-2010) staat dat Nederland een politiemissie moet sturen naar Afghanistan met militaire bescherming. Ze zegt: “Een militaire bijdrage maakt ons weer een betrouwbare NAVO-bondgenoot en vijzelt ons internationale imago weer een beetje op. Ook betekent het dat we hogere posities in de militaire commandostructuur in Afghanistan zullen krijgen.” “Het levert internationaal wat aanzien op”. Daar moeten dus de levens van soldaten en burgers voor worden geofferd! Je vraagt je af of het lot van de Afghaanse bevolking hier nog iets mee te maken heeft. Nederland had officieel troepen naar Afghanistan gestuurd, omdat je de mensen daar niet aan hun lot kunt overlaten. Zo zijn er trouwens nog 1000 gebieden op aarde, waar je de mensen niet aan hun lot kunt overlaten, maar die liggen toevallig niet onder het machts-economisch vergrootglas van de Verenigde Staten en daar is voor Nederland dus ook geen “aanzien” te scoren. Als journalisten zich beperken tot het nauwgezet weergeven van wat regeringen en hun persvoorlichters aan informatie presenteren, lopen ze het risico de vertolkers te worden van een gefilterde, vervormde en gemanipuleerde werkelijkheid. Als de regering liegt, liegt de journalist in commissie. Dit houdt in dat een journalist noodgedwongen niet gezagsgetrouw zou moeten zijn om zijn vak goed te kunnen uitoefenen. Zelfs de zo betrouwbaar ogende Colin Powell gaf in de Veiligheidsraad een valse voorstelling van zaken. En uit WikiLeaks blijkt eens te meer hoe belangrijk het niet-gezagsgetrouw zoeken naar informatie is. Johan Barendregt hield in zijn colleges de psychologiestudenten voor dat de grondhouding van een wetenschapper twijfel dient te zijn, met name aan alles wat als waarheid wordt gepresenteerd. Dat zou ook het uitgangspunt van de journalist moeten zijn. De bevolking wordt niks gevraagd Een regering kan aangeven wie de goede en wie de slechte partij is; een regering kan de redenen benoemen waarom een militaire interventie moet plaatsvinden. De vraag is of de bevolking van het land waarin de interventie plaats vindt dezelfde opvattingen en behoeften heeft als die van de regering en als de opvattingen en behoeften van de bevolking zoals door de regering geformuleerd. De regeringsstandpunten komen via de media veel uitgebreider en nadrukkelijker tot de burger dan de standpunten van de bevolking. De enkele niet “embedded” journalist die verslag doet van de standpunten van de bevolking in Afghanistan (bijvoorbeeld Arnold Karskens in zijn weblog 23-9-2010), meldt dat buitenlandse militaire interventie ongewenst is. Ze zien de buitenlanders als agressors. Overigens was ook maar éénderde van de Nederlandse bevolking voor een missie naar Uruzgan. Leon Wecke (2008) haalt onderzoeksresultaten aan waaruit blijkt dat slechts 38% van de Afghaanse bevolking de militaire interventie in hun land steunt. Volgens hem speelt het feit dat Nederlandse troepen deelnemen in een militaire operatie die in de ogen van de Afghaanse bevolking illegitiem is, geen enkele rol in de Nederlandse parlementaire discussie. In plaats van aan militair ingrijpen hebben de Afghaanse burgers veel meer behoefte aan goede niet-corrupte bestuurders, goede voedsel- en drinkwatervoorzieningen, betere onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen, en aan goede wetgevers, rechters en ordehandhavers. De beoogde politiemissie zal geen politieagenten opleiden, maar zal onder Amerikaans bevel kansarme jongeren in zes weken opleiden tot paramilitairen om na het vertrek van de Amerikaanse troepen de regering Karzai te ondersteunen in wat dan een burgeroorlog is, aldus Leon Wecke in Trouw (30-10-2010). Het kost natuurlijk veel meer moeite de standpunten van de bevolking in kaart te brengen dan die van de legerleiding en de regering met hapklare persconferenties en perscommuniqués; bovendien staat de legerleiding direct contact met de bevolking niet toe omdat dat te gevaarlijk zou zijn; het zal voor een westerse journalist ook heel moeilijk zijn goede informatie te vergaren onder de bevolking, die de westerse journalisten wantrouwt (en vaak terecht). Als direct informatie vergaren onder de bevolking moeilijk en soms zelfs onmogelijk is, moet de westerse journalist in Afghanistan zich de vraag stellen of hij genoegen moet nemen met eenzijdige informatieverstrekking of dan liever geen informatie verstrekt onder vermelding dat geen betrouwbare informatie te verkrijgen is. De journalist kan besluiten eenzijdige informatie te verstrekken onder vermelding dat de informatie eenzijdig is. Daarmee lijkt het journalistiek geweten gesust, echter wordt door deze journalist onderschat welk effect langdurige eenzijdige informatie heeft op de burger, die allang niet meer opmerkt dat het om eenzijdige informatie gaat. Beleid Welke maatregelen zouden kunnen bevorderen dat de journalist onafhankelijker en objectiever zijn vak uitoefent? Enkele suggesties:

  1. het schrijven van een artikel waarin zo genuanceerd en zo onpartijdig mogelijk verslag wordt gedaan van situaties en gebeurtenissen uit de internationale politiek stelt hogere en meer methodische eisen en vereist beter inzicht in de eigen vooroordelen en valkuilen dan het schrijven van een artikel over sport, eten of royalties, waarbij het vooral gaat om een smeuïg, vaak vooroordelen bevestigend en sensatiezoekend verslag. Met het oog op dit verschil zou het zinvol zijn een beschermde titel journalist in te stellen met een rijksregister en een kwalitatief eisenpakket samen te stellen ten aanzien van de opleiding. De journalist zou goede kennis moeten hebben over de invloed van de media op de beeldvorming van de burger en over de factoren die objectieve berichtgeving in gevaar brengen. Dus wettelijk onderscheid tussen journalisten en smaakmakers/sensatiepers.
  2. Dit houdt ook in de ontwikkeling van een beroepscode voor journalisten en ook voor mediaredacties. Onderdeel hiervan zou het ondertekenen van een onafhankelijkheidsstreven kunnen zijn.
  3. Afgesproken kan worden dat oorlogsverslaggeving pas volledig is, als ook een goed beeld is verkregen van wat de bevolking in het oorlogsgebied aan opvattingen en wensen heeft, dus niet zoals geformuleerd door de regering. In Afghanistan zijn de journalistieke mogelijkheden tot vrije nieuwsgaring beperkt, omdat zelfstandig het oorlogsgebied ingaan gevaarlijk is en door de legerleiding wordt verboden. Als in de toekomst bijna iedereen toegang tot internet zal hebben, zijn de mogelijkheden veel beter. Men zou als beleid kunnen kiezen de bevolking in een oorlogsgebied te voorzien van internet. Informatie via internet zou de “embedded”controle van de legerleiding kunnen opheffen.
  4. In parlementair overleg en in parlementair onderzoek aangaande Nederlandse troepenzendingen zou te allen tijde een onafhankelijk onderzoek naar de opvattingen en wensen van de plaatselijke bevolking moeten worden opgenomen; dus geen verslag van de locale autoriteiten die beweren namens de bevolking te spreken, maar vaak andere belangen hebben.
  5. Initiatieven om WikiLeaks volledig te ondersteunen.
  6. Alvorens het besluit wordt genomen tot deelname aan een militaire interventie zouden journalisten eerst een analyse moeten maken van de mogelijke motieven: niet alleen van de officiële, idealistische motieven, gesteld in termen van boze vijanden en nobele bedoelingen, maar vooral ook in termen van niet-officiële “platte” economische en machtspolitieke motieven (olie, status, invloed, etc.).
  7. Journalisten zouden bij een (voorgenomen) militaire interventie een gedachtenexperiment kunnen doen, waarbij ze zich voorstellen burgers te zijn uit het land waar interventie plaats heeft.

Bijvoorbeeld: Stel dat er in China een terroristische aanslag wordt gepleegd en de terroristen verschuilen zich in Nederland. China besluit met een aantal Zuid-Oostaziatische bondgenoten Nederland binnen te vallen met een troepenmacht, zonder toestemming van de VN, om de terroristen te grijpen. Ze kunnen de terroristen niet vinden en vallen ook België binnen, omdat ze daar zouden zitten. Vervolgens gaan ze oorlog voeren binnen Nederland om Wilders en zijn aanhangers te verdrijven, omdat het merendeel van de Nederlandse bevolking tegen Wilders c.s. is. In China laten ze een selectie Nederlanders op de televisie zien die enthousiast is over de steun die de Chinezen bieden. Daar geloven ze dat China heilzame steun verleent aan de Nederlandse bevolking; die kun je niet aan hun noodlot met Wilderianen over laten. Kunnen we ons voorstellen dat de meeste Nederlanders niet van de Chinese interventie gediend zijn? November 2010 John Zant —– Original Message —– From: “Wecke, L. (Leon)” <l.wecke@fm.ru.nl> To: <j.zant1@chello.nl> Sent: Sunday, November 14, 2010 9:50 PM Subject: artikel >Beste John, > > Je stuk heb ik gelezen. Ik ben het er bijna volledig van harte mee eens, > al doe je mij wel wat veel eer aan door me drie maal te citeren! Je hebt > goed de vinger op de diverse zere plekken gelegd. Ik heb maar een > opmerking met betrekking tot p. 2, waar je schrijft:”Eerst het erkennen > van elkaar ervaren waarheid opent de weg naar overleg en compromissen”. > Dit kan juist ook leiden tot het inzicht dat als gevolg van de > onverenigbare belangen de uitkomst verdere polarisatie en verdere strijd > het gevolg is. Wellicht zou daaraan toegevoegd kunnen worden dat in een > dergelijk geval van buitenaf voldoende druk nodig is om een of beide > partijen tot vergaande concessies te bewegen. Vervolgens kan dan op de VS > gewezen worden als een tot op heden overigens ( in het geval van het > MO-conflict) nog onwillige partij, die tot een dergelijke druk in staat > is, c.q. zou moeten zijn. > Mijn excuses dat ik zo laat reageer, maar zoals ik al schreef zit ik net > in de drukste periode van het onderwijs.

Politiemissie naar Afghanistan

Politiemissie naar Afghanistan Groen Links en D66 willen een politiemissie naar Afghanistan sturen met als opdracht de politie en het rechtssysteem aldaar te helpen opbouwen. De goed bedoelde argumenten hiervoor zijn: We zijn daar een missie begonnen en moeten die ook afmaken; je kunt de Afghanen nu niet in de steek laten. Tegenargumenten:

  1. Deze missie is van het begin af aan illegaal, d.w.z. gestart zonder toestemming van de VN; of je moet het recht op zelfverdediging wel heel erg willen oprekken.
  2. Er zijn wel 100 plaatsen op de wereld aan te wijzen waar de bevolking onze hulp nodig heeft. Waarom kunnen we de Afghanen niet in de steek laten en die 99 andere bevolkingsgroepen, die niet onder het machtseconomisch vergrootglas van de VS liggen, wel?
  3. Nederland heeft zijn toegezegde plichten meer dan vervuld, en heeft zelfs zijn belofte aan het parlement gebroken door de missie in 2008 te verlengen.
  4. Het is de verantwoordelijkheid van de leiding van de NAVO een opvolger te vinden voor de rol die Nederland heeft vervuld. Dat de NAVO daar niet in slaagt, betekent niet dat Nederland die verantwoordelijkheid dan maar moet overnemen; dat zou een verkeerd signaal zijn met betrekking tot de falende leiding van de NAVO en het gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheidsgevoel van de NAVO-partners.
  5. Een politiemissie zal begeleid moeten worden door een veelvoud aan soldaten om de politiemissie te beschermen. Men houdt er nauwelijks rekening mee dat de militaire dynamiek er wederom toe kan leiden dat de goed bedoelde plannen worden ingehaald door het geweld dat een buitenlandse militaire troepenmacht kan oproepen.
  6. Stel dat er in China een terroristische aanslag wordt gepleegd en de terroristen verschuilen zich in Nederland. China besluit met een aantal Zuid-Oostaziatische bondgenoten Nederland binnen te vallen met een troepenmacht, zonder toestemming van de VN, om de terroristen te grijpen. Ze kunnen de terroristen niet vinden en vallen ook België binnen, omdat ze daar zouden zitten. Vervolgens gaan ze oorlog voeren binnen Nederland om Wilders en zijn aanhangers te verdrijven, omdat het merendeel van de Nederlandse bevolking tegen Wilders c.s. is. In China laten ze een selectie Nederlanders op de televisie zien die enthousiast is over de steun die de Chinezen bieden. Daar geloven ze dat China heilzame steun verleent aan de Nederlandse bevolking; die kun je niet aan hun noodlot met Wilderianen over laten. Kunnen we ons voorstellen dat de meeste Nederlanders niet van de Chinese interventie gediend zijn?
  7. Men zegt wel, dat je de Afghanen niet in de steek kunt laten, maar is dat wel de echte reden om weer een missie te sturen? Welke rol spelen andere redenen die geen reden voor een missie mogen heten?
    1. Nederland hoopt bij de G-20 te mogen blijven aanschuiven (macht).
    2. Nederland wil geen gezichtsverlies lijden en wil belangrijk lijken (status).
    3. Balkenende wil zijn fotomoment met Obama niet missen, en Verhagen kan niet meer zonder de begroetingskus van Hillary, die hem overigens werd onthouden nadat duidelijk was geworden dat Nederland de missie in Afghanistan niet zou verlengen (persoonlijke motieven).

Niet weer zo’n heilloos en onvoorspelbaar avontuur, niet nog meer doden! John Zant, Amsterdam Gepubliceerd in: VredesMagazine 2010, nr. 3, p.